Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] en
[geïntimeerde 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
€ 2.428,00(twee punten tarief II)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze burenruzie over de erfgrens tussen twee percelen grond heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld van appellante tegen de rechtbank Noord-Holland. Appellante stelde dat zij eigenaar was geworden van een strook grond naast de garage van geïntimeerden door verkrijgende verjaring van twintig jaar. Geïntimeerden voerden verweer en stelden onder meer dat de kadastrale grens de juridische erfgrens was.
Het hof oordeelde dat appellante voldoende bewijs had geleverd dat zij het stuk grond naast de garage sinds eind februari 1992 in bezit had gehad, waardoor zij eigenaar is geworden door bevrijdende verjaring. Voor het overige deel van de grondstrook kon appellante dit niet bewijzen en faalden haar vorderingen. Geïntimeerden hadden geen rechtsverwerking of geldige overeenkomst aangevoerd die hun eigendom van het stuk grond naast de garage kon bevestigen.
Het hof vernietigde het eindvonnis van de rechtbank voor zover het appellante's vorderingen afwees, en verklaarde voor recht dat appellante eigenaar is van het stuk grond naast de garage. Geïntimeerden werden hoofdelijk veroordeeld om binnen veertien dagen de schutting te verwijderen en te plaatsen conform de erfgrens, onder dwangsom. De kostenveroordeling van de rechtbank werd bekrachtigd, waarbij partijen werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep en eerste aanleg.
Uitkomst: Appellante is eigenaar van het stuk grond naast de garage door bezit van twintig jaar en geïntimeerden moeten de schutting verplaatsen.