ECLI:NL:GHAMS:2025:2731
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens detentie en beschikbare baten
De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling (wsnp) van schuldenares tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 5 Faillissementswet Pro (Fw), omdat zij gedetineerd is en er voldoende baten beschikbaar zijn om vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Schuldenares ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar dit beroep faalt.
Het hof verwijst naar een tussenarrest waarin de behandeling werd aangehouden om een gemotiveerd oordeel van de rechter-commissaris te verkrijgen over de toerekening van een compensatiebedrag van € 30.000,- dat schuldenares ontving als gedupeerde van de toeslagenaffaire. De rechter-commissaris oordeelde dat dit bedrag gelijkelijk verdeeld moet worden tussen schuldenares en haar partner, waardoor € 15.000,- beschikbaar is voor de boedel.
Schuldenares en de bewindvoerder hebben zich bij hun reacties kunnen vinden in dit oordeel. Het hof bevestigt dat schuldenares vanwege haar langdurige detentie niet kan voldoen aan haar wsnp-verplichtingen en dat de beschikbare baten voldoende zijn om de regeling tussentijds te beëindigen. De beëindiging leidt tot een situatie van faillissement zodra het arrest in kracht van gewijsde is gegaan.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens detentie en beschikbare baten.