Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2. Het geding in hoger beroep
- akte overleggen producties 39 tot en met 49, van de kant van [appellant] ;
3.Feiten
- 3.7. In december 2017 heeft [appellant] aangeboden meerderheidsaandeelhouder van Qlog te worden via een overname door Tow Invest. De vennootschapsstructuur van de [bedrijf 3] was op dat moment als volgt: [appellant] was 100% aandeelhouder en enig bestuurder van (de houdstermaatschappijen) [bedrijf 1] en [bedrijf 2] .
- [bedrijf 1] was op haar beurt 100% aandeelhouder en bestuurder van (werkmaatschappij) Tow Invest
- [bedrijf 2] was op haar beurt 100% aandeelhouder en bestuurder van (de werkmaatschappijen) [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ), [bedrijf 4] B.V. , [bedrijf 5] B.V. en [bedrijf 6] B.V.
- Onder [bedrijf 3] en [bedrijf 6] B.V. hingen nog weer andere werkmaatschappijen.
(…)
(…)”
- [appellant] was 100% aandeelhouder en enig bestuurder van (de houdstermaatschappijen) Tow Invest, [bedrijf 2] en [bedrijf 1] .
- [bedrijf 2] op haar beurt was 100% aandeelhouder en bestuurder van de werkmaatschappijen [bedrijf 3] , [bedrijf 4] , [bedrijf 5] , en [bedrijf 6] , waarbij onder [bedrijf 3] en [bedrijf 6] nog weer andere werkmaatschappijen hingen.
- Tow Invest op haar beurt hield 75% van de aandelen in werkmaatschappij Qlog en was daarvan de bestuurder.
- De overige 25% van de aandelen in werkmaatschappij Qlog werden gehouden door Istia, waarvan [naam 1] enig aandeelhouder en enig bestuurder was.
(€ 160K). ondertussen is circa 800.000 kilometer in rekening gebracht wat een equivalent is voor € 80K. Jij hebt aangegeven deze € 80K niet uit de zaak te hebben kunnen halen. Dit is het gevolg van de geleden verliezen en doordat de gelden zijn aangewend voor de betaling van oude crediteuren/schulden etc. (…) Het totaal van € 110K (zijnde € 80K en € 30K) wil [appellant] gaan betalen vanaf het moment dat de financiering bij ABN is geregeld, over een periode van maximaal 36 maanden.”
€ 160.910,80, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten van € 2.384,11, proceskosten van € 5.921,38 en de nakosten (hierna: het verstekvonnis).
4.Eerste aanleg
5.Beoordeling
a) als (indirect) bestuurder van Qlog heeft bewerkstelligd dat Qlog de vorderingen van Istia onbetaald heeft gelaten en daarvoor ook geen verhaal biedt; en/of
b) als (indirect) bestuurder van Tow Invest ten behoeve van Istia’s vorderingen op Qlog een borgstelling en garantie heeft verstrekt, terwijl hij wist en heeft bewerkstelligd dat Tow Invest evenmin verhaal biedt voor die vorderingen.
Istia stelt dat het aan [appellant] verweten handelen jegens haar onrechtmatig is en dat hij daarom persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die zij daardoor heeft geleden.
(i) het geval waarin de bestuurder bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, tenzij de bestuurder omstandigheden aanvoert die de conclusie rechtvaardigen dat hem ter zake van de benadeling geen persoonlijk verwijt kan worden gemaakt (zie onder meer HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521, “Beklamel”);
(ii) het geval waarin de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de daaruit voortvloeiende schade (kort gezegd: frustratie van betaling en verhaal).
Voor de vraag wat deze partijen met elkaar zijn overeengekomen, moet hun overeenkomst worden uitgelegd. Dat uitleggen moet gebeuren met inachtneming van het zogeheten Haviltex-criterium, waarbij de rechter rekening dient te houden met alle bijzondere omstandigheden van het geval (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158). Voor de uitleg van een overeenkomst zijn de bewoordingen niet zonder meer beslissend. Het gaat er om wat partijen in de gegeven omstandigheden uit elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs omtrent elkaars bedoelingen mochten afleiden en de verwachtingen die zij daaraan mochten ontlenen. Daarnaast moet bij de uitleg de aard en de strekking van de overeenkomst(en) in aanmerking worden genomen (HR 18 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7002).
- Qlog (toen nog gecontroleerd door [naam 1] ) en [bedrijf 3] (gecontroleerd door [appellant] ) onderling de samenwerkingsovereenkomst te doen sluiten (ter uitvoering van onderdelen B, C, D, E en G van de basisovereenkomst);
- Istia (gecontroleerd door [naam 1] ) en Tow Invest (gecontroleerd door [appellant] ) onderling de aandelenovereenkomst te doen sluiten (ter uitvoering van onderdeel A van de basisovereenkomst).
basisovereenkomstvermeldt in de aanhef Qlog en Tow Invest als partijen, maar aan het slot Istia, Qlog en Tow Invest als ondertekenaars waarbij [naam 1] zowel voor Istia als Qlog afzonderlijk heeft ondertekend. Istia, Qlog en Tow Invest moeten daarom worden aangemerkt als partijen bij de basisovereenkomst, wat tussen partijen ook niet in geschil is. Uit de onderdelen B, C en D van de basisovereenkomst blijkt dat Qlog nog slechts ritten zou gaan verzorgen in opdracht van [bedrijf 3] en [bedrijf 3] al haar bestaande klanten zou gaan overnemen en factureren. Onderdeel G van de basisovereenkomst bevat een betalingsregeling die inhoudt dat Qlog (voor de door haar te verzorgen ritten) een extra kilometervergoeding van € 0,10 zal ontvangen ter aflossing van haar schuld aan Istia die door partijen op dat moment werd begroot op € 200.000.
samenwerkingsovereenkomstvermeldt in de aanhef en bij de ondertekening slechts Qlog en [bedrijf 3] als partijen (zie 3.10), en niet ook Istia. Gezien haar inhoud strekt de samenwerkingsovereenkomst tot nadere uitwerking van diverse onderdelen van de basisovereenkomst. Meer in het bijzonder bevat artikel 5, lid 5 van de samenwerkingsovereenkomst een betalingsregeling die inhoudt dat Qlog per gereden kilometer een vergoeding van € 0,10 zal betalen aan Istia ter aflossing van haar ‘genoegzaam bekende’ schuld van € 200.000. Partijen hebben kennelijk bedoeld om met deze bepaling aan Istia een eigen recht toe te kennen op nakoming van deze betalingsregeling. Dat blijkt uit lid 6, waarin is bepaald dat Istia geen recht meer kan ontlenen aan lid 5 nadat de schuld aan haar is afgelost. Nu Istia aan artikel 5, lid 5 van de samenwerkingsovereenkomst eigen aanspraken kan ontlenen tot nakoming van de daarin vastgelegde betalingsregeling die bovendien onbetwist strekt tot uitwerking van de basisovereenkomst waarbij Istia onbetwist partij is, heeft te gelden dat Istia eveneens partij is bij de samenwerkingsovereenkomst, zoals [appellant] ‘bij nader inzien’ in hoger beroep ook zelf heeft aangevoerd.
Daarnaast blijkt uit de e-mails van 22 februari 2018, 17 mei 2018 en 18 maart 2019 die ook de rechtbank aanhaalt (rov 4.14 en 4.33) dat Istia juist al van het begin af aan Qlog is blijven herinneren aan haar recht op betalingen conform de betalingsregeling. Van ‘stilzitten’ door Istia is dus geen sprake geweest, nog daargelaten dat enkel ‘stilzitten’ niet voldoende is voor de verregaande gevolgen die [appellant] daaraan wenst te verbinden.
- dat de onderneming van Qlog werd verweven met en geheel afhankelijk gemaakt van de bedrijfsvoering van andere groepsmaatschappijen en werd gedreven op een manier die structureel verlieslatend was omdat onder de kostprijs werd gewerkt;
- dat de inkomsten die met Qlogs activiteiten werden gegenereerd naar andere groepsvennootschappen werden geleid en Qlog haar overeengekomen deel van die inkomsten niet betaald heeft gekregen;
- dat door groepsvennootschappen grote bedragen aan Qlog zijn gefactureerd waarvan niet duidelijk is waarom Qlog die zou moeten dragen;
- dat de bedrijfsmiddelen van Qlog zijn afgestoten waardoor zij geen inkomsten meer kon genereren en ook geen verhaal meer bood voor haar schuldeisers en met name niet voor Istia.
timingdaarvan, heeft [appellant] niet alleen de verhaalspogingen van Istia verder gefrustreerd, maar ook willens en wetens Istia nodeloos gejaagd op vergeefse kosten voor het verkrijgen van betaling en vinden van verhaal voor haar vordering op Qlog.