Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Procedure bij de rechtbank
€ 500,- voor iedere overtreding en voor elke dag dat deze overtreding voortduurt;
€ 500,- voor elke dag dat deze overtreding voortduurt, met veroordeling van [appellant] in de proceskosten, met nakosten en rente.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
grieven 1 en 2 in principaal hoger beroepen
grief 1 in incidenteel hoger beroeplenen zich voor gezamenlijke behandeling. Zowel grief 1 in principaal hoger beroep als grief 1 in incidenteel hoger beroep is gericht tegen de verklaring voor recht dat [appellant] gerechtigd is tussen de woningen vanaf de achtergrens van zijn perceel een schutting te plaatsen op eigen grond tegen de erfgrens van het perceel van [geïntimeerde] doorlopend tot een punt, gelegen loodrecht op de voorgevel van het pand van [geïntimeerde] . [appellant] stelt dat na realisering van de schutting op deze wijze een ruimte overblijft van zeven en een halve meter, terwijl de erfdienstbaarheid steeds zo is ingevuld dat het recht van overpad zes meter breed is. [appellant] vordert daarom dat voor recht wordt verklaard dat hij de schutting nog anderhalve meter verder naar voren mag doortrekken. Volgens [geïntimeerde] hebben partijen op 11 oktober 2021 volledige overeenstemming bereikt over de voorwaarden waaronder [appellant] een schutting mag plaatsen en moeten die afspraken worden nagekomen. Grief 2 in principaal hoger beroep is gericht tegen de beslissing dat [appellant] op straffe van een dwangsom het roze gearceerde vlak op de door [geïntimeerde] overgelegde tekening op zijn perceel volledig vrij moet laten. [appellant] voert aan dat het roze gearceerde vlak op de door [geïntimeerde] overgelegde tekening een lengte van zeven en een halve meter en een breedte van zeven en een halve meter heeft en aldus een te vergaande en onredelijke beperking oplevert.