Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
(…)
€ 607,00(tarief II, 1 punt)
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van Dexia tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam over de effectenleaseovereenkomst die door de echtgenote van de afnemer is vernietigd op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. De kern van het geschil is of de verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling door de gevolmachtigde Leaseproces tijdig is gestuit.
Het hof stelt vast dat de effectenleaseovereenkomst rechtsgeldig is vernietigd door de echtgenote en dat de verjaringstermijn van vijf jaar van de vordering uit onverschuldigde betaling is gestuit door brieven van Leaseproces in 2012 en 2016. Dexia betwistte de volmacht van Leaseproces, maar het hof oordeelt dat Dexia niet tijdig om bewijs van volmacht heeft gevraagd en dat de volmacht niet is herroepen.
Daarmee is het verjaringsverweer van Dexia verworpen en blijft de vernietiging van de effectenleaseovereenkomst in stand. Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van de betaalde bedragen en in de proceskosten van het hoger beroep. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit, waardoor Dexia gehouden is tot terugbetaling.