Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
(…)
€ 1.821,00(tarief II, 1,5 punt)
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van Dexia tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam over een effectenleaseovereenkomst die door de echtgenote van de afnemer op grond van artikel 1:89 BW Pro in samenhang met artikel 1:88 BW Pro is vernietigd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling door de gevolmachtigde Leaseproces tijdig is gestuit.
Het hof stelt vast dat de feiten niet in geschil zijn en bevestigt dat de effectenleaseovereenkomst rechtsgeldig is vernietigd. De verjaringstermijn van vijf jaar is volgens het hof onder meer gestuit door brieven van Leaseproces uit 2012 en 2016, waarin expliciet werd vermeld dat ook de vorderingen van de echtgenotes werden meegenomen. Dexia betwistte de geldigheid van de volmacht van Leaseproces, maar het hof oordeelt dat Dexia niet tijdig om bewijs van volmacht heeft gevraagd en dat de volmacht niet is herroepen.
Daarmee wordt het verjaringsverweer van Dexia verworpen en blijft het vonnis van de kantonrechter in stand. Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest is uitgesproken door het hof Amsterdam op 9 december 2025.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit, waardoor Dexia gehouden is tot terugbetaling.