ECLI:NL:GHAMS:2025:3615

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
24/3529
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake indeling wall-connectoren in het douanerecht

Op 4 december 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een hoger beroep van de inspecteur van de Douane tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De zaak betreft de indeling van wall-connectoren voor elektrische auto’s in de douanerechten. De inspecteur had een uitnodiging tot betaling (utb) uitgegeven voor douanerechten en rente, welke door de rechtbank werd vernietigd. De rechtbank oordeelde dat de indeling van de wall-connectoren onder een vrijstelling viel, maar de inspecteur ging in hoger beroep. Tijdens de zitting op 18 november 2025 werd het geschil besproken, waarbij de inspecteur stelde dat de producten onder een andere post van de gecombineerde nomenclatuur moesten worden ingedeeld, wat leidde tot een douanerecht van 3,3%. Het Hof oordeelde dat de producten inderdaad onder de post voor draad met verbindingsstukken moesten worden ingedeeld, en vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. De kosten in hoger beroep werden niet toegewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 24/3529
4 december 2025
uitspraak van de meervoudige douanekamer
op het hoger beroep van
de inspecteur van de Douane,de inspecteur,
tegen de uitspraak van 3 september 2024 in de zaak met kenmerk HAA 23/3988 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigden: mrs. R. Andringa en J. Daems)
en
de inspecteur.

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende de uitnodiging tot betaling (hierna: de utb) met dagtekening 24 mei 2022 uitgereikt voor een bedrag van € 88.558,71 aan douanerechten en € 3.807,84 aan rente op achterstallen.
1.2.
Bij uitspraak op bezwaar van 13 april 2023 heeft de inspecteur het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij uitspraak van 3 september 2024 heeft de rechtbank als volgt beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’):
“de rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, voor zover deze uitspraak op bezwaar betrekking heeft op de ‘wall-connectoren’ met productnummer 703204EB2, 703204EB4, 703205EB2, 703205EB3, 703205EB4 en 703209EB2;
- vernietigt de utb, voor zover deze betrekking heeft op deze ‘wall-connectoren’;
- draagt verweerder op de utb te herberekenen met inachtneming van hetgeen de rechtbank onder 17 en 18 heeft overwogen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van rente over het aan eiseres terug te betalen bedrag met inachtneming van hetgeen de rechtbank onder 19 heeft overwogen;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden en,
- veroordeelt verweerder in de kosten van de bezwaar- en beroepsprocedure van eiseres tot een bedrag van € 2.998,-.”
1.4.
De inspecteur heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De inspecteur heeft op 6 november 2025 een nader stuk ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2.Feiten

2.1.
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:
“1. Eiseres houdt zich bezig met de vervaardiging van en de groothandel in auto-onderdelen en accessoires van elektrische auto’s. Eiseres importeert de goederen uit China en verkoopt deze aan bedrijven in Nederland.
2. Uit het rapport controle na invoer (controlerapport) van 3 mei 2022 volgt dat verweerder een onderzoek heeft ingesteld naar de aanvaardbaarheid van 98 aangiften voor het vrije verkeer van goederen die zijn ingediend in de periode van 1 april 2019 tot en met 31 december 2020. Daarvan heeft een douanevertegenwoordiger op basis van directe vertegenwoordiging 90 douaneaangiften voor eiseres als aangever ingediend. De controle was gericht op de juistheid van de indeling van wall-connectoren, pcb-connectoren en een modem-connector in het gebruikstarief. Met de douaneaangiften zijn deze goederen aangegeven onder GN-code 8536 9010 (vrij van douanerecht). Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de goederen moeten worden ingedeeld onder code 8544 4290 90 van het geïntegreerd tarief van de Gemeenschappen (Taric) met een douanerecht van 3,3%.
3. Op basis van de resultaten van het onderzoek, zoals uiteengezet in het controlerapport, heeft verweerder de utb uitgereikt. Met de uitspraak op bezwaar heeft verweerder de utb gehandhaafd.”
2.2.
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten en voegt hier nog het volgende aan toe.
2.3.
Onderwerp van geschil is de indeling van de wall-connectoren. Deze producten zijn samengesteld uit (i) geïsoleerd elektriciteitsdraad en (ii) óf een contactdoos (vrouwelijke connector, nrs. 703205EB2, 703205EB3, 703205EB4, 703209EB2,) óf een contactstop/stekker (mannelijke connector, nrs. 703204EB2, 703204EB4). Deze contactdozen en contactstoppen worden in het hiernavolgende ook aangeduid als “connector(s)” of “verbindingsstuk(ken)”.
De producten worden door de afnemer van belanghebbende gebruikt voor de vervaardiging van laadtoestellen voor het opladen van een elektrische auto, veelal aangeduid als “wallbox”. De onderwerpelijke producten worden op diverse plekken in een wallbox verwerkt: een contactdoos en een daarop passende stekker worden gebruikt om twee delen van de wallbox (na montage aan de muur) eenvoudig van elkaar te kunnen scheiden (voor service en onderhoud) en een tweede contactdoos (gemonteerd aan de voorzijde van de wallbox) dient als aansluitpunt voor de laadkabel die in de elektrische auto kan worden gestoken.
2.4.
Het draad dat deel uitmaakt van de producten is uitsluitend elektriciteitsdraad, dat wil zeggen draad voor het geleiden van elektriciteit, elektrische signalen daaronder begrepen.

3.Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is de indeling van de producten in de gecombineerde nomenclatuur in geschil.

4.Juridisch kader

4.1.
Post 8536 luidt, voor zover hier van belang:
(…)
4.2.
De GS-toelichting op post 8536 luidt, voor zover hier van belang:
(III) APPARATUS FOR MAKING CONNECTIONS TO OR IN ELECTRICAL CIRCUITS
This apparatus is used to connect together the various parts of an electrical circuit. It includes :
(A) Plugs, sockets and other contacts for connecting a movable lead or apparatus to an installation which is usually fixed. This category includes :
(1) Plugs and sockets (including those for connecting two movable leads). A plug may have one or more pins or side contacts which match corresponding holes or contacts in the socket. The rim or one of the pins may be used for earthing purposes.
(…)
Plugs and sockets, etc., assembled with a length of wire are excluded (heading 85.44).
4.3.
De GN-toelichting op de onderverdelingen 8536 6910 t/m 8536 6990 luidt, voor zover hier van belang:
Tot deze onderverdelingen behoren elektromechanische stekkers (zogenaamde mannelijke verbindingsstukken) en contrastekkers (zogenaamde vrouwelijke verbindingsstukken) waarmee verbindingen tussen bijvoorbeeld apparaten, kabels en printkaarten tot stand kunnen worden gebracht. De verbindingsstukken kunnen aan beide uiteinden van een stekker of contrastekker zijn voorzien, dan wel van een stekker of contrastekker aan het ene uiteinde en van een ander soort contact aan het andere (bijvoorbeeld van een krimp-, klem-, soldeer- of schroefcontact); (…)
4.4.
Post 8544 luidt, voor zover hier van belang:
(…)
4.5.
De GS-toelichting op post 8544 luidt, voor zover hier van belang:
Wire, cable, etc., remain classified in this heading if cut to length or fitted with connectors (e.g., plugs, sockets, lugs, jacks, sleeves or terminals) at one or both ends.
4.6.
De GN-toelichting op GN-onderverdeling 8536 90 10 luidt (onderstreping Hof):
aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels
Tot deze onderverdeling behoren alle eindconnectoren die aan de uiteinden van draad of kabels worden bevestigd om een elektrische verbinding tot stand te brengen
langs andere weg dan door insteken(bijvoorbeeld met krimp-, klem-, soldeer- of schroefcontacten).

5.Beoordeling van het geschil

5.1.
De inspecteur betoogt in hoger beroep dat indeling van de producten dient plaats te vinden onder post 8544 als “draad, voorzien van verbindingsstukken”, genoemd in de bewoordingen van deze post, en meer in het bijzonder in onderverdeling 8544 4290 (
– andere geleiders van elektriciteit, voor spanningen van niet meer dan 1.000 V; – – voorzien van verbindingsstukken; – – – andere -3,3%) (zie 4.4).
5.2.
Belanghebbende staat indeling onder post 8536 voor. Zij heeft zich in hoger beroep aanvankelijk op het standpunt gesteld dat de door de rechtbank toegepaste onderverdeling 8536 9010 (vrij) als “aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels” juist is, omdat sprake is van “contactdozen en contactstoppen (stekkers)”, als genoemd in de bewoordingen van post 8536. Het Hof heeft belanghebbende ter zitting voorgehouden dat “contactdozen en contactstoppen (stekkers)” in de onderverdelingen van post 8536 met name worden genoemd (
– lamp- en buishouders, contactdozen en contactstoppen (stekkers)), zodat reeds daarom niet wordt toegekomen aan de door belanghebbende en de rechtbank voorgestane (rest)onderverdeling 8536 9010 (
– andere toestellen; – – aansluittoestellen en contactverbindingen voor draad en kabels). Belanghebbende heeft daarop haar standpunt gewijzigd en betoogd dat indeling dient plaats te vinden in GN-onderverdeling 8536 6990 (contactdozen en contactstoppen (stekkers), andere, andere), waarvoor een tarief geldt van 2,3 percent (zie 4.1).
5.3.
Het Hof overweegt ter zake als volgt. Ingevolge indelingsregel 1 zijn voor de indeling van goederen in de gecombineerde nomenclatuur wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – het bepaalde in de indelingsregels 2 tot en met 6.
5.4.
De bewoordingen van post 8544 luiden, voor zover hier van belang:

Draad, kabels (…) en andere geleiders van elektriciteit, geïsoleerd (…), ook indien voorzien van verbindingsstukken
De onderwerpelijke producten bestaan alle uit draad dat aan één zijde is voorzien van een kunststof verbindingsstuk. Het product met nummer 703205EB2 (bijvoorbeeld) ziet er als volgt uit:
Alle draden geleiden elektriciteit en zijn geïsoleerd. In hoger beroep is tussen partijen niet langer in geschil dat alle draden ook daadwerkelijk voor het geleiden van elektriciteit (daaronder begrepen elektrische signalen) worden gebruikt (zie 2.4) en dat – anders dan waar de rechtbank vanuit is gegaan – bij geen van de producten sprake is van de aanwezigheid van een “warmtedraad”, die geen elektriciteit maar warmte zou geleiden. In de stekkers (typenummers 703204EB2, 703204EB4, zie 2.3) is weliswaar een temperatuursensor ingebouwd, maar de daaraan verbonden dubbele draad geleidt een elektrisch signaal, geen warmte.
5.5.
Gelet op voormelde objectieve kenmerken en eigenschappen, voldoen de producten naar ’s Hofs oordeel aan de bewoordingen van post 8544: er is sprake van geïsoleerd elektriciteitsdraad, voorzien van een verbindingsstuk. De omstandigheid dat het om relatief korte stukken draad gaat en (mede daardoor) de waarde van de connector de waarde van het draad ruimschoots overtreft, staat niet aan dit oordeel in de weg, nu in de bewoordingen van de post geen voorwaarden worden gesteld aan de lengte van het draad. Uit de GS-toelichting op post 8544 volgt veeleer dat de lengte van de draad niet relevant is voor de indeling onder deze post (onderstreping Hof):
Wire, cable, etc.,remain classified in this heading if cut to lengthor fitted with connectors (e.g., plugs, sockets, lugs, jacks, sleeves or terminals) at one or both ends.
5.6.
Nu de bewoordingen van post 8544 het
geheleproduct omvatten (draad én verbindingsstuk), wordt niet toegekomen aan de vraag of het wezenlijk karakter van het product wordt bepaald door één van de samenstellende delen (het draad of de connector – toepassing indelingsregel 3-b). De producten zijn hoe dan ook niet te vergelijken met de door belanghebbende in haar gedingstukken getoonde stekker met daaraan een afgeknipt stompje draad, dat overduidelijk geen functie (meer) heeft.
5.7.
Het vorenoverwogene brengt met zich dat indeling dient plaats te vinden onder post 8544, met toepassing van indelingsregel 1. Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat nadere indeling dient plaats te vinden in GN-onderverdeling 8544 4290.
Slotsom
5.8.
De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd.

6.Kosten

Het Hof vindt geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten in hoger beroep op de voet van artikel 8:75 Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet.

7.Beslissing

Het Hof:
  • vernietigt de uitspraak van de rechtbank, en
  • verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel en W.J. Blokland, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. H.A.S. Roozeboom als griffier. De beslissing is op 4 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.