ECLI:NL:GHAMS:2025:3647

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
200.338.727
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Deskundigenonderzoek naar geluids- en warmtehinder in appartementsrecht

In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Amsterdam, gaat het om een hoger beroep inzake een appartementsrecht en de daarbij behorende burenrechten. De appellanten, vertegenwoordigd door mr. L.M.M. Loerakker, hebben een procedure aangespannen tegen de geïntimeerden, vertegenwoordigd door mr. J.R. de Jong, met betrekking tot geluidshinder en warmtehinder die zij ervaren in hun appartement. Het hof heeft eerder een tussenarrest gewezen op 25 maart 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast die op 10 juli 2025 heeft plaatsgevonden. Tijdens deze behandeling zijn diverse stukken en rapporten overgelegd, waaronder een rapport van deskundige [naam 1] en een e-mail van deskundige [naam 2]. Het hof heeft geoordeeld dat er een deskundigenonderzoek moet plaatsvinden naar de geluidsisolatie van de vloer in het appartement van de geïntimeerden, en dat de geïntimeerden moeten bewijzen dat hun vloer aan de geldende norm voldoet. Daarnaast is er ook een onderzoek naar de warmtehinder gelast, waarbij deskundige [naam 3] zal worden benoemd. Het hof heeft de kosten van de deskundigen vastgesteld en bepaald dat de geïntimeerden en appellanten deze kosten moeten voorschieten. De zaak is aangehouden voor de deskundigenberichten en verdere beslissingen zullen later worden genomen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.338.827/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/716496 / HA ZA 22-321
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 december 2025
inzake

1.[appellant 1] ,

2.
[appellant 2],
3.
[appellant 3],
allen wonend te [plaats 1] ,
appellanten,
advocaat: mr. L.M.M. Loerakker te Amsterdam,
tegen

1.[geïntimeerde 1] ,

2.
[geïntimeerde 2],
beiden wonend te [plaats 1] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. J.R. de Jong te Amsterdam.

1.Verder verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellanten] en [geïntimeerden] genoemd.
Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenarrest van 25 maart 2025 (hierna ook: het tussenarrest). Bij dat tussenarrest is een mondelinge behandeling gelast. Deze mondelinge behandeling heeft op 10 juli 2025 plaatsgevonden. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt. Ook bevinden zich bij de stukken de bij die gelegenheid door mr. Loerakker overgelegde spreekaantekeningen, de door [appellanten] alsnog aan het hof toegezonden e-mail van 19 mei 2023 van deskundige [naam 2] en de producties 3 tot en met 13 die [geïntimeerden] (bij akte van 10 juli 2025) nog in het geding hebben gebracht.
Ten slotte is opnieuw arrest bepaald.
Op verzoek van het hof hebben [appellanten] na de mondelinge behandeling twee originele bouwtekeningen op papier en een op transparant plastic ter griffie van het hof gedeponeerd.

2.Verdere beoordeling

geluidshinder
2.1.
In het tussenarrest (overwegingen 3.4 en 3.5) heeft het hof geoordeeld dat de norm in het aangepaste artikel 17 lid 5 van het Modelreglement – waarin staat dat harde vloerbedekking verboden is, tenzij wordt aangetoond dat de contactgeluidsisolatiewaarde van de kale vloer inclusief de vloerbedekking 10dB of meer is – ook geldt zonder dat is komen vast te staan dat er (onrechtmatige) geluidshinder is, dat het aan [geïntimeerden] is om te bewijzen dat de vloer in hun appartement aan deze norm voldoet en dat uit het rapport van [naam 1] blijkt dat dit niet het geval is. Gebleken is dat [geïntimeerden] na het rapport van [naam 1] in een deel van hun woonkamer en in de grootste slaapkamer van hun appartement over de door hen tijdens de in 2.9 van het tussenarrest bedoelde renovatie aangebrachte (parket)vloer tapijt hebben laten leggen. Zoals in het tussenarrest al is overwogen, is niet duidelijk of daarmee de vloer in die delen van het appartement nu wel aan de norm voldoet, omdat het hiernaar door de rechtbank bevolen deskundigenonderzoek niet heeft plaatsgevonden.
2.2.
Naar het oordeel van het hof moet dit deskundigenonderzoek alsnog plaatsvinden. Het hof zal dan ook een geluidsonderzoek gelasten dat wat betreft de metingen zal worden beperkt tot de delen van de vloer in het appartement van [geïntimeerden] waarover na het rapport van [naam 1] vast tapijt (van muur tot muur) is gelegd. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep bevestigd dat het mogelijk is om op vast tapijt geluidsmetingen te verrichten. Het hof ziet geen reden om, zoals [appellanten] hebben verzocht, op de overige, harde, delen van de vloer nogmaals metingen te laten verrichten, omdat op basis van het onbetwiste rapport van [naam 1] al vaststaat dat die niet voldoen aan de norm voor contactgeluidsisolatie. Of deze norm, zoals [geïntimeerden] hebben betoogd, niet van toepassing is op de badkamers, de keuken en het toilet, zal door het hof worden beoordeeld nadat het te gelasten deskundigenonderzoek is verricht.
2.3.
Het hof ziet aanleiding om de door de rechtbank benoemde deskundige, [naam 2] van [bedrijf 1] . (hierna ook: [naam 2] ), wederom als deskundige te benoemen. Aan de deskundige zal ditmaal worden gevraagd alleen op de delen van de vloer waarover vast tapijt (van muur tot muur) is aangebracht geluidsmetingen te verrichten, zodat zijn redenen om het onderzoek eerder niet te verrichten (op losliggend tapijt kan niet worden gemeten en het onderzoek van [naam 1] hoeft niet te worden overgedaan) niet meer aan de orde zijn. [naam 2] heeft zich bereid en beschikbaar verklaard het deskundigenonderzoek te verrichten.
2.4.
Ook wat betreft de vraagstelling sluit het hof zich in grote lijnen aan bij die van de rechtbank in het bestreden tussenvonnis van 22 februari 2023. [appellanten] hebben in hoger beroep verzocht de door de rechtbank geformuleerde vragen aan de deskundige voor te leggen en [geïntimeerden] hebben tegen die vraagstelling geen bezwaar gemaakt. Aangezien het thans te gelasten geluidsonderzoek wat betreft de metingen alleen ziet op delen van de vloer in het appartement van [geïntimeerden] waarover vast tapijt (van muur tot muur) is gelegd (hierna ook: tapijtdelen), zal het hof de vragen 1 en 3 daartoe beperken. Vraag 2 gaat over de (on)mogelijkheid om de keuken, de badkamers en het aparte toilet aan de norm voor contactgeluidsisolatie te laten voldoen. Om praktische redenen zal het hof deze vraag in die zin aanvullen dat, voor zover uit de metingen blijkt dat de tapijtdelen niet aan de norm voldoen, ook met betrekking tot die delen van de vloer aan de deskundige zal worden gevraagd hoe daaraan wel kan worden voldaan.
2.5.
De deskundige heeft een opgave gedaan van de naar verwachting aan het onderzoek verbonden kosten. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze kosten. Het hof zal het voorschot bepalen op het door de deskundige begrote bedrag van € 2.330,16 (inclusief btw). De betaling van het voorschot komt, in afwijking van de hoofdregel van artikel 187 Rv, ten laste van [geïntimeerden] , omdat de bewijslast op dit punt, als gezegd, op hen rust.
warmtehinder
2.6.
[appellanten] hebben gesteld dat in het stookseizoen ten gevolge van de, aan de onderzijde niet goed geïsoleerde, vloerverwarming in het appartement van [geïntimeerden] de temperatuur in hun slaap- en werkkamers bijna dagelijks zodanig hoog is dat zij in die ruimtes niet of slecht kunnen slapen en werken. In dit verband hebben zij verwezen naar het door hen overgelegde logboek met warmtemetingen aan de plafonds. Anders dan [geïntimeerden] is het hof van oordeel dat [appellanten] daarmee hebben voldaan aan de op hen rustende stelplicht ter zake van hun vordering op grond van warmtehinder. [geïntimeerden] hebben de stellingen van [appellanten] voldoende gemotiveerd betwist, zodat het aan [appellanten] is om daarvan bewijs te leveren. Zij hebben een aanbod daartoe gedaan en in dat kader verzocht een deskundige op het gebied van warmtehinder te benoemen voor het verrichten van een onderzoek hiernaar. Het hof is van oordeel dat een dergelijk onderzoek moet plaatsvinden en zal dit dus gelasten. Zo nodig zal het hof in een later stadium ingaan op de vraag of de dekvloer gemeenschappelijk is in de zin van artikel 9 lid 1, onder a, van het Modelreglement (vgl. overweging 3.6 van het tussenarrest).
2.7.
[appellanten] hebben tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep als ten behoeve van dit onderzoek te benoemen deskundige [naam 3] van [bedrijf 2] (hierna ook: [naam 3] ) voorgesteld. Daartegen is door [geïntimeerden] geen bezwaar gemaakt. [naam 3] heeft zich bereid en beschikbaar verklaard het deskundigenonderzoek te verrichten, onder de voorwaarde dat zijn gebruikelijke aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is. Conform de Leidraad deskundigen in civiele zaken (randnummer 70) zal [naam 3] deze aansprakelijkheidsbeperking na zijn benoeming naar mrs. Loerakker en De Jong sturen voor ondertekening door [appellanten] en [geïntimeerden]
Het hof zal [naam 3] dan ook tot deskundige benoemen.
2.8.
Het hof heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep de in de beslissing opgenomen vragen aan partijen voorgelegd. Partijen hebben te kennen gegeven met deze vragen te kunnen instemmen.
2.9.
De deskundige heeft een opgave gedaan van de naar verwachting aan het onderzoek verbonden kosten. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze opgave. Het hof zal het voorschot bepalen op het door de deskundige begrote bedrag van € 7.900,- (exclusief btw). De betaling van het voorschot komt, conform de hoofdregel van artikel 187 Rv, ten laste van [appellanten] als eisende partij.
overig
2.10.
Het behoort tot de expertise van de deskundigen om te bepalen op welke wijze zij tot hun adviezen komen. Partijen zullen de deskundigen alle benodigde medewerking moeten geven.
2.11.
Nadat de deskundigen hun rapporten bij het hof hebben ingediend, zal het hof partijen in de gelegenheid stellen bij memorie op de deskundigenberichten te reageren: eerst [appellanten] en daarna [geïntimeerden]
2.12.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
geluidsonderzoek
beveelt een onderzoek door een deskundige ter – gemotiveerde – beantwoording van de volgende vragen:
1. Welke contactgeluidisolatiewaarde wordt gemeten bij de delen van de vloer in het appartement van [geïntimeerden] waarover vast tapijt (van muur tot muur) is gelegd ten opzichte van de appartementen van [appellanten] ?
2a. Is het naar de mening van de deskundige mogelijk om in de keuken, de badkamers en het aparte toilet van [geïntimeerden] een harde tegelvloer te hebben en mede gelet op de bouwkundige constructie van het gebouw toch tot een contactgeluidsisolatiewaarde van Ico ≥ +10 dB te komen en kunt u dan aangeven op welke wijze deze waarde wel kan worden bereikt?
2b. In het geval dat er bij de tapijtdelen metingen zijn die, voor zover van toepassing na aftrek van een correctie, resulteren in een Ico < 10 +dB: kunt u ook voor deze delen van de vloer aangeven op welke wijze toch een contactgeluidsisolatiewaarde van Ico ≥ +10 dB kan worden bereikt?
3. Voldoet de vloer van [geïntimeerden] voor zover daarover vast tapijt (van muur tot muur) is gelegd aan de geldende VvE-norm?
benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:
[naam 2] ,
verbonden aan [bedrijf 1] .
[straat] [nummer]
[postcode 1] [plaats 2] .
[email] of [email 2]
bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op € 2.330,16 (inclusief btw);
bepaalt dat [geïntimeerden] dit bedrag zullen voldoen binnen twee weken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige pas met het onderzoek begint nadat hij van de griffier bericht heeft ontvangen dat het voorschot volledig is betaald;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
warmteonderzoek
beveelt een onderzoek door een deskundige ter – gemotiveerde – beantwoording van de volgende vragen:
1. Is het mogelijk dat het gebruik van vloerverwarming in het appartement van [geïntimeerden] leidt tot hogere temperaturen in de appartementen van [appellanten] ?
2. Zo ja: in welke mate is dat het geval en van welke omstandigheden is dat afhankelijk?
3. Is er verder nog iets dat van belang is?
benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:
ing. [naam 3] ,
verbonden aan [bedrijf 2] ,
[postbus 1]
[postcode 2] [plaats 5] .
[email 3]
bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op € 7.900,- (exclusief btw);
bepaalt dat [appellanten] dit bedrag zullen voldoen binnen twee weken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige pas met het onderzoek begint nadat hij van de griffier bericht heeft ontvangen dat het voorschot volledig is betaald;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
beide onderzoeken
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van het tussenarrest van 25 maart 2025 en van dit tussenarrest aan de deskundigen zal toezenden;
bepaalt dat beide partijen binnen één week na de datum van dit arrest kopieën van de overige gedingstukken aan de deskundigen zullen doen toekomen, alsmede, na een verzoek daartoe van een van de deskundigen, de andere door deze noodzakelijk geachte stukken, voor zover mogelijk;
wijst erop dat bij de uitvoering van het onderzoek de Leidraad deskundigen in civiele zaken, gepubliceerd op
www.rechtspraak.nl, in acht dient te worden genomen;
wijst partijen erop dat zij verplicht zijn mee te werken aan de onderzoeken door de deskundigen door onder meer de inlichtingen te verstrekken waarom zij vragen;
bepaalt dat de deskundigen hun concept-rapporten aan partijen zullen toesturen en hen in de gelegenheid zullen stellen om binnen vier weken daarop te reageren, en dat in de definitieve rapporten de reacties worden weergegeven en door de deskundigen worden besproken;
bepaalt dat partijen bij de deskundigen geen gelegenheid krijgen op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van de concept-rapporten te reageren;
verzoekt de deskundigen ieder een schriftelijk, ondertekend en met redenen omkleed deskundigenbericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof ( [postbus 2] , [postcode 3] [plaats 1] ) en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;
bepaalt dat de deskundigen tegelijk met de deskundigenberichten hun respectieve declaraties ter griffie zullen indienen onder vermelding van ‘zaaknummer 200.338.827/01 ( [appellanten] / [geïntimeerden] )’;
bepaalt de termijn waarbinnen de deskundigenberichten ter griffie van dit hof moeten worden ingeleverd op
vier maandennadat door de griffier is bericht dat met het betreffende onderzoek kan worden begonnen;
verwijst de zaak naar de rol van 21 april 2026 in afwachting van de deskundigenberichten;
bepaalt dat [appellanten] vier weken daarna bij memorie op de deskundigenberichten zullen kunnen reageren en [geïntimeerden] vervolgens vier weken daarna;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, J.C. Toorman en E.K. Veldhuijzen van Zanten en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.