ECLI:NL:GHAMS:2025:3665
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens tekortkomingen schuldenaar
De rechtbank Amsterdam heeft de schuldsaneringsregeling van appellant beëindigd zonder hem de schone lei te verlenen, omdat hij tijdens de verlenging van de regeling zijn verplichtingen niet is nagekomen. De boedelachterstand is niet afgelost maar zelfs opgelopen tot meer dan vijfduizend euro, terwijl appellant ook nieuwe schulden heeft gemaakt van circa €4.500.
Appellant is in hoger beroep gekomen en stelde dat hij vanaf januari 2026 in het buitenland zou gaan werken en daarmee de boedelachterstand binnen zes maanden zou kunnen aflossen. Hij heeft echter geen concreet plan of onderbouwing gegeven en is niet verschenen bij de zitting. De bewindvoerder bevestigde dat appellant sinds januari 2024 geen betalingen meer aan de boedel heeft verricht en dat de boedelachterstand is toegenomen.
Het hof oordeelt dat appellant tekort is geschoten in zijn medewerking aan de schuldsaneringsregeling, zowel door het niet voldoen aan de boedelafdrachtverplichting als door het schenden van de informatieplicht over zijn verblijf in het buitenland. Deze tekortkomingen zijn ernstig en verwijtbaar, waardoor de beëindiging van de regeling zonder schone lei gerechtvaardigd is. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van appellant wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei wegens ernstige tekortkomingen.