ECLI:NL:GHAMS:2025:3666
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging schuldsaneringsregeling zonder toekenning schone lei
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland dat de schuldsaneringsregeling ten aanzien van haar beëindigde zonder toekenning van de schone lei. Zij betwistte dat zij tekort was geschoten in haar informatie- en afdrachtverplichtingen en stelde dat de boedelachterstand niet aan haar kon worden toegerekend.
De bewindvoerder stelde dat appellant vanaf januari 2025 vrijwel geen betalingen meer aan de boedel had verricht, ondanks herhaalde waarschuwingen en uitleg over haar verplichtingen. De boedelachterstand bedroeg circa €13.000,-. Appellant leverde de ontbrekende informatie pas in september 2025 aan.
Het hof oordeelde dat appellant tekort was geschoten in de nakoming van haar afdrachtverplichting en dat deze tekortkoming aan haar kon worden toegerekend. De informatieverplichting was inmiddels wel nagekomen. Een verlenging van de regeling om de boedelachterstand in te lopen was mogelijk, maar appellant wilde dit alleen onder voorwaarden die niet acceptabel waren.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder toekenning van de schone lei gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei wegens tekortkoming in afdrachtverplichting.