Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- een akte van ASR
3.Feiten
4.De procedure bij de rechtbank
5.Het oordeel van het hof
Het hof volgt ASR hierin niet. Allereerst was sprake van verschillende “rollen” tijdens het rijden: [naam 1] was de enige bestuurder en [geïntimeerde] was passagier. [geïntimeerde] was aanmerkelijk jonger en hij was niet in het bezit van een rijbewijs. Voorts is niet gebleken dat [geïntimeerde] zich op enige wijze met het rijden van [naam 1] heeft bemoeid. Het vullen van de ballonnen met lachgas gebeurde op verzoek van [naam 1] . Het enkele feit dat [geïntimeerde] daaraan heeft toegegeven, betekent nog niet dat hij eveneens, in gelijke mate als [naam 1] , de norm heeft geschonden waarop [geïntimeerde] zich tegenover [naam 1] c.q. ASR beroept. De keuze om de ballonnen lachgas leeg te zuigen bleef bij [naam 1] rusten; niet gebleken is dat [geïntimeerde] hem daartoe aanzette of aanmoedigde. Dat [geïntimeerde] het gebruik van het lachgas door [naam 1] niet heeft verhinderd en hem de ballonnen heeft aangereikt, is niet voldoende om aan te nemen dat [geïntimeerde] zich zelf ook niet naar de geschonden norm heeft gedragen. Het rijgedrag van [naam 1] kenmerkte zich verder door een, gezien de omstandigheden, te hoge snelheid, resulterend in een botsing met de pijlwagen. Deze wijze van rijden en de controle over de auto lag geheel in de macht van [naam 1] en is reeds om die reden niet op zodanige wijze aan [geïntimeerde] toe te rekenen dat hij in dit opzicht gelijk moet worden gesteld met [naam 1] . [geïntimeerde] is als passagier bij een bestuurder in de auto gaan zitten, terwijl die (mogelijk) onder invloed van lachgas was, maar dat is in principe niet onrechtmatig. Ook die omstandigheid is geen toereikende reden om [geïntimeerde] als passagier geheel het recht te ontzeggen om van [naam 1] als bestuurder (en daarmee van ASR) schadevergoeding te vorderen.