Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1]
[geïntimeerde 2] ,
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
grief 1bestrijdt Woonwaard de vaststelling (onder 2.5 van het bestreden vonnis) dat [geïntimeerde 2] van 2006 tot 2010 in een schuur van het gehuurde een praktijk heeft gehad voor de training van kinderen met psychiatrische problemen en (onder 2.6 van het vonnis) dat [geïntimeerde 1]
sinds 2009in een kamer van het gehuurde een massagepraktijk heeft. Omdat deze stellingen van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] door Woonwaard zijn betwist, kan het hof van de juistheid daarvan niet uitgaan. Het hof past de feitenvaststelling op die punten aan.
4.De procedure bij de kantonrechter
5.De vordering in hoger beroep
6.De beoordeling
grieven 6 tot en met 10heeft Woonwaard opnieuw betoogd dat de massagepraktijk in de woning een bedrijfsmatige activiteit is die strijdig is met de huurovereenkomst en het toepasselijke huurreglement. Dit gebruik van de woning levert volgens Woonwaard, zoals gezegd, een ernstige tekortkoming op in de nakoming van de in die overeenkomst en dat reglement opgenomen verplichtingen.
grieven 1 tot en met 5betreffen dit door de kantonrechter gehonoreerde verweer van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] . Woonwaard heeft met deze grieven deze stellingen van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] opnieuw betwist, naar het hof begrijpt uit haar uitlatingen ter zitting in hoger beroep bij gebrek aan wetenschap. Zij heeft daarbij ook weersproken dat [geïntimeerde 1] de massagepraktijk al had in 2009, omdat deze praktijk pas sinds 2018 is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en uit digitale informatie volgt dat het bordje bij de voordeur van de woning dat naar de massagepraktijk verwijst ook pas tussen september 2020 en april 2021 is geplaatst. Het ligt – zo oordeelt het hof – op de weg van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] bewijs te leveren van hun stellingen die hierop neer komen dat zij gerechtvaardigd erop hebben mogen vertrouwen dat Goed Wonen niet tot handhaving van de woonbestemming van het gehuurde zou overgaan zolang de bedrijfsmatige activiteiten niet tot overlast zouden leiden. Zij zullen hiertoe in de gelegenheid worden gesteld. Anders dan hun advocaat heeft bepleit, is dit nog niet voorshands bewezen.