Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:68

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 januari 2025
Publicatiedatum
14 januari 2025
Zaaknummer
200.331.641/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:962 BWArt. 8.1 verzekeringsovereenkomstArt. 8.2 verzekeringsovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijwaringsprocedure over niet gedeelde vochtproblematiekrapporten bij aandelenkoop hotel

Deze zaak betreft een vrijwaringsprocedure tussen verzekeraars en [geïntimeerde] over het niet delen van deskundigenrapporten over vochtproblematiek in een hotel dat onderdeel was van een aandelenkoop.

In de hoofdzaak vorderde YCH Holding Coöperatief U.A. schadevergoeding van [geïntimeerde] en de verzekeraars wegens het niet verstrekken van deze rapporten. De rechtbank wees de vorderingen van YCH af, en ook de vrijwaringsvorderingen van de verzekeraars tegen [geïntimeerde] werden afgewezen omdat deze afhankelijk waren van een succesvolle hoofdzaak.

De verzekeraars stelden in hoger beroep dat, indien het hof in de hoofdzaak tot een ander oordeel zou komen, hun vrijwaringsvorderingen alsnog toegewezen moesten worden. Het hof oordeelde echter dat de hoofdzaakvorderingen van YCH ook in hoger beroep zijn afgewezen, waardoor de vrijwaringsvorderingen terecht zijn afgewezen.

Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde de verzekeraars in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op €23.813,00, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vrijwaringsvorderingen van de verzekeraars worden afgewezen en veroordeelt hen in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.331.641/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/707862 / HA ZA 21-866
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 januari 2025
in de zaak van

1.ARCH INSURANCE (UK) LIMITED,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
domicilie gekozen hebbend te Amsterdam ten kantore van haar advocaat,
2.
AXIS SPECIALTY EUROPE SE,
gevestigd te Dublin, Ierland,
domicilie gekozen hebbend te Amsterdam ten kantore van haar advocaat,
3.
MARKEL INSURANCE SE,
gevestigd te München, Duitsland,
domicilie gekozen hebbend te Amsterdam ten kantore van haar advocaat,
advocaat: mr. S.P. Kamerbeek te Amsterdam,
appellanten,
tegen
[geïntimeerde] B.V.,
gevestigd te [plaats] ,
advocaat: mr. H. Şimşek te Amsterdam,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna de verzekeraars en [geïntimeerde] genoemd.

1.De zaak in het kort

Dit is een vrijwaringsprocedure. De verkoper van aandelen heeft deskundigenrapporten over vochtproblematiek in een hotel dat onderdeel uitmaakt van de transactie, niet gedeeld met de koper. In de hoofdzaak stond de vraag centraal of in de hypothetische situatie dat deze stukken wel zouden zijn gedeeld met de koper, de koopovereenkomst onder dezelfde voorwaarden tot stand zou zijn gekomen. Zowel de rechtbank als het hof heeft geoordeeld dat dat het geval is. Alle grieven en vorderingen van partijen, zowel in de hoofdzaak als in deze vrijwaringszaak, stuit(t)en hierop af.

2.Het geding in hoger beroep

De verzekeraars zijn bij dagvaarding van 31 juli 2023 in hoger beroep gekomen van een vonnis in vrijwaring van 4 januari 2023 van de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen de verzekeraars als eiseressen en [geïntimeerde] als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord.
Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 27 augustus 2024 laten toelichten aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen, de verzekeraars door mr. Kamerbeek voornoemd, en [geïntimeerde] door mr. Şimşek voornoemd en mr. H. Kasteel, advocaat te Amsterdam. Partijen hebben vragen van het hof beantwoord.
Ten slotte is arrest gevraagd.
De verzekeraars hebben geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog hun vorderingen in eerste aanleg zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties, met rente.
[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van de verzekeraars in de proceskosten in hoger beroep.
[geïntimeerde] heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

3.Beoordeling

3.1.
Dit is een vrijwaringsprocedure. In de hoofdzaak (waarin het hof vandaag ook arrest wijst onder zaaknummer 200.325.255/01) heeft YCH Holding Coöperatief U.A. (hierna: YCH) de verzekeraars en [geïntimeerde] in rechte betrokken, omdat [geïntimeerde] volgens YCH in strijd heeft gehandeld met een informatiegarantie uit de koopovereenkomst tussen [geïntimeerde] en YCH en zij hierdoor schade heeft geleden. YCH stelde zich in de hoofdzaak op het standpunt dat [geïntimeerde] en de verzekeraars de geleden schade aan haar moeten vergoeden. YCH heeft de verzekeraars ook in rechte betrokken omdat deze een verzekeringsovereenkomst met haar hebben gesloten die is afgestemd op de koopovereenkomst.
3.2.
YCH heeft in de hoofdzaak bij de rechtbank, kort gezegd, gevorderd [geïntimeerde] en de verzekeraars te veroordelen tot betaling aan haar van € 1.507.859,35 en € 36.150,- aan onderzoekskosten, met rente. Daarnaast vorderde zij een verklaring voor recht dat de verzekeraars gehouden zijn tot uitkering van de schade die YCH heeft geleden wegens het niet verstrekken van de rapporten door [geïntimeerde] . In het hoger beroep in de hoofdzaak heeft YCH haar vordering vermeerderd.
3.3.
De verzekeraars hebben [geïntimeerde] in vrijwaring opgeroepen. Zij hebben in de procedure bij de rechtbank, kort gezegd, gevorderd:
  • i) voor recht te verklaren dat zij op grond van de artikelen 8.1 en 8.2 van de verzekeringsovereenkomst en artikel 7:962 BW Pro subrogeren in de schadevergoedingsvordering van YCH op [geïntimeerde] nadat de verzekeraars het bedrag waartoe zij in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld, aan YCH hebben betaald,
  • ii) [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling aan hen van al hetgeen waartoe zij als gedaagden in de hoofdzaak jegens YCH mochten worden veroordeeld, althans aan YCH zullen hebben betaald,
  • iii) [geïntimeerde] te veroordelen in de proceskosten van de vrijwaring, met rente.
3.4.
Aan die vorderingen hebben de verzekeraars het volgende ten grondslag gelegd.
Indien de vorderingen van YCH tegen hen in de hoofdzaak worden toegewezen, betekent dat dat er sprake is van “
fraud and wilful misconduct” in de zin van artikel 8.1 van de verzekeringsovereenkomst. Dit heeft tot gevolg dat de verzekeraars, na betaling van het bedrag waarin zij veroordeeld mochten worden, op grond van de artikelen 8.1 en 8.2 van de verzekeringsovereenkomst en artikel 7:962 BW Pro subrogeren in de schadevergoedingsvordering van YCH tegen [geïntimeerde] .
3.5.
In de hoofdzaak heeft de rechtbank de vorderingen van YCH afgewezen en haar in de proceskosten veroordeeld. In de vrijwaringszaak heeft de rechtbank overwogen dat die procedure is ingesteld onder de voorwaarde dat de vorderingen in de hoofdzaak worden toegewezen. Omdat aan die voorwaarde niet is voldaan heeft de rechtbank de vorderingen van de verzekeraars in de vrijwaringszaak afgewezen en hen in de proceskosten van de vrijwaringsprocedure veroordeeld.
3.6.
Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komen de verzekeraars met twee grieven op.
3.7.
Met hun – gezamenlijk te behandelen – grieven hebben de verzekeraars betoogd dat de rechtbank alle voorwaardelijk ingestelde vrijwaringsvorderingen ten onrechte heeft afgewezen.
In hun toelichting op deze grieven hebben de verzekeraars aangevoerd dat als het hof in de hoofdzaak tot een ander oordeel zou komen dan de rechtbank, de vrijwaringsvorderingen van de verzekeraars alsnog moeten worden toegewezen en zij in eerste aanleg ten onrechte in de proceskosten zijn veroordeeld.
3.8.
Uit de toelichting op de grieven en uit wat de verzekeraars overigens in hun memorie van grieven naar voren hebben gebracht, blijkt dat zij ook in hoger beroep hun vorderingen tegen [geïntimeerde] hebben ingesteld onder de voorwaarde dat in het hoger beroep in de hoofdzaak de vorderingen van YCH tegen hen alsnog worden toegewezen. Die voorwaarde wordt niet vervuld, omdat het hof in de hoofdzaak de vorderingen van YCH tegen de verzekeraars heeft afgewezen. De rechtbank heeft de vrijwaringsvorderingen van de verzekeraars dan ook terecht afgewezen.
3.9.
De grieven slagen dus niet. Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen en de verzekeraars als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten in hoger beroep. Het hof stelt deze kosten als volgt vast:
- griffierecht € 11.379,00
- salaris advocaat € 12.434,00 (tarief € 6.217,00, 2 punten)
Totaal € 23.813,00.

4.Beslissing

Het hof:
bekrachtigt het bestreden vonnis;
veroordeelt de verzekeraars in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 23.813,00;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. L.A.J. Dun, J.C.W. Rang en I. de Greef en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2025.