ECLI:NL:GHAMS:2025:695
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens tijdsverloop in hoger beroep ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak betreft het een wrakingsverzoek van verzoeker tegen de raadsheer die de hoofdzaak behandelde, een hoger beroep tegen de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Verzoeker stelde dat de raadsheer zich partijdig had gedragen door opmerkingen te maken die de discriminatieclaims van verzoeker bagatelliseerden.
Het wrakingsverzoek werd ingediend acht dagen na de zitting waarin de vermeende partijdigheid zou hebben plaatsgevonden. Verzoeker en zijn advocaat voerden aan dat zij overrompeld waren en dat de advocaat enkele dagen in het buitenland verbleef, waardoor het verzoek later werd ingediend.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet tijdig was ingediend zoals vereist door artikel 37 lid 1 Rv Pro. De omstandigheden rechtvaardigden het tijdsverloop niet, ook niet de ziekte van verzoeker of het verblijf van de advocaat in het buitenland. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling.
De wrakingskamer bestond uit drie rechters die het besluit in het openbaar op 17 maart 2025 uitspreken.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.