Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
HR 14 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1309).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een reis met haar minderjarige kind naar Rusland in de zomer van 2024. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege veiligheidsrisico's en het niet-ratificeren van het Internationaal Kinderontvoeringsverdrag door Rusland. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en betoogde dat het in het belang van het kind is om contact te onderhouden met zijn Russische familie en dat het reisadvies niet op haar situatie van toepassing is.
De vader steunde de afwijzing en voerde aan dat de situatie in Rusland onveilig blijft en dat contact met familie ook op andere manieren mogelijk is. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde eveneens de beschikking te bekrachtigen, verwijzend naar het actuele reisadvies.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep feitelijk geen belang meer heeft omdat het verzoek betrekking heeft op een vakantie in het verleden. De moeder werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd geoordeeld dat toekomstige verzoeken om vervangende toestemming afzonderlijk beoordeeld zullen worden, zonder gebondenheid aan eerdere overwegingen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep omdat het verzoek betrekking heeft op een reeds verstreken vakantieperiode.