In deze civiele zaak heeft Juristu Incassodiensten B.V. hoger beroep ingesteld tegen een proceskostenveroordeling van €150,- opgelegd door de kantonrechter in een incident ex artikel 843a Rv. Juristu stelde dat de kantonrechter ten onrechte de proceskostenveroordeling had opgelegd omdat het dossier van de geïntimeerde niet tijdig was verstrekt.
Het hof oordeelde dat Juristu ontvankelijk was in haar hoger beroep, ondanks betwisting door geïntimeerde over de appelgrens en de termijn van hoger beroep. De kantonrechter had de proceskostenveroordeling terecht opgelegd omdat Juristu tijdens het voorlopig getuigenverhoor onvoorwaardelijk had toegezegd het dossier binnen een maand te verstrekken, maar dit pas na het bepalen van een datum voor de mondelinge behandeling had gedaan.
Het hof verwierp de grieven van Juristu die stelden dat de kantonrechter haar het recht op verweer had onthouden en dat de proceskostenveroordeling geen juridische grondslag had. Ook het betoog dat de toezegging aan een voorwaarde was gekoppeld werd verworpen. De proceskostenveroordeling werd bekrachtigd en Juristu werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, berekend naar het toepasselijke liquidatietarief.