ECLI:NL:GHAMS:2026:1066
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenlease: verjaring vernietigingsrecht echtgenote en bewijsopdracht
In deze civiele zaak staat centraal of de echtgenote van de afnemer het recht tot vernietiging van effectenleaseovereenkomsten heeft verloren door verjaring. De echtgenote had de vernietiging ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming bij het aangaan van de overeenkomsten. Dexia betwistte de vernietiging en stelde dat de vordering tot vernietiging was verjaard.
Het hof bevestigt dat de effectenleaseovereenkomsten kwalificeren als koop op afbetaling en dat de echtgenote op grond van artikel 1:89 BW Pro het recht heeft tot vernietiging. De verjaringstermijn van drie jaar vangt aan op het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomst. Dexia voerde aan dat de echtgenote door betalingen vanaf een en/of-rekening vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten, waardoor de verjaringstermijn was gestart.
Het hof acht dit een bewijsvermoeden en geeft de afnemer de gelegenheid tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 21 april 2026.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en staat afnemer toe tegenbewijs te leveren over de bekendheid van de echtgenote met de effectenleaseovereenkomsten.