ECLI:NL:GHAMS:2026:1074
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tegenbewijs tegen verjaringsstelling effectenleaseovereenkomsten
In deze civiele zaak in hoger beroep tussen Dexia Nederland B.V. en de echtgenote van de afnemer van effectenleaseovereenkomsten, staat centraal de vraag of de vernietigingsvordering van de echtgenote is verjaard. De effectenleaseovereenkomsten zijn gesloten door de afnemer zonder schriftelijke toestemming van zijn echtgenote, die daarop vernietiging heeft ingeroepen.
De kantonrechter heeft de vernietiging van de overeenkomsten uitgesproken en Dexia veroordeeld tot betaling aan de echtgenote. Dexia betwist in hoger beroep onder meer dat de vordering niet verjaard is. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomsten.
Dexia voert aan dat de echtgenote door betalingen vanaf een en/of-rekening vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten. Het hof acht dit aannemelijk en laat de echtgenote toe tegenbewijs te leveren. Het hof bepaalt dat een getuigenverhoor zal plaatsvinden en houdt verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof staat toe dat de echtgenote tegenbewijs levert tegen de stelling dat zij vóór 13 maart 2000 bekend was met de effectenleaseovereenkomsten en houdt verdere beslissing aan.