Uitspraak
mr. R.Q. Potteren
mr. C.R.B. Jonker, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. S.J.B. Drijber, kantoorhoudende te Velp,
mr. S.S.J.P. Roestenberg,kantoorhoudende te Amsterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer behandelt een geschil tussen de aandeelhouders SP, JWTM en BBB van de vastgoedbeheermaatschappij DIG. SP en JWTM verzochten primair de uitstoting van BBB als aandeelhouder wegens wanbeleid en subsidiair hun eigen uittreding vanwege duurzaam verstoorde verhoudingen. In een eerdere enquêteprocedure was vastgesteld dat er wanbeleid was bij DIG, waarvoor alle bestuurders en aandeelhouders verantwoordelijk waren, met een groter aandeel voor SP en JWTM.
SP en JWTM stelden dat BBB door haar gedragingen het belang van DIG schaadt en dat voortzetting van haar aandeelhouderschap niet langer kan worden geduld. BBB voerde verweer dat haar aandeel in het wanbeleid gering is en dat de voorzieningen van de Ondernemingskamer de onwerkbare situatie hebben opgelost. De Ondernemingskamer overwoog dat het wanbeleid vooral door SP en JWTM is veroorzaakt en dat de getroffen maatregelen, zoals het ontslag van SP en JWTM als bestuurders en de benoeming van een onafhankelijke bestuurder en beheerder, de situatie beheersen.
De belangenafweging leidde tot de conclusie dat BBB het belang van DIG niet zodanig schaadt dat haar aandeelhouderschap niet kan worden voortgezet. Ook het subsidiaire verzoek tot uittreding van SP en JWTM werd afgewezen omdat zij niet voldoende konden aantonen dat zij door BBB in hun rechten of belangen worden geschaad. De Ondernemingskamer veroordeelde SP en JWTM in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het verzoek tot uitstoting van BBB en uittreding van SP en JWTM wordt afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van onredelijkheid en schadelijkheid.