Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 218,75;
- veroordeelt de verweerder tot het vergoeden van de door eiser geleden immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de wettelijke rente over de vergoeding van de proceskosten en de immateriële schade vanaf vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, tot aan de dag van algehele voldoening.”
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van het Hof
5.Kosten
Artikel 3.1: Kosten controle voor bezwaarfase
Hof: ECLI:NL:HR:2025:46] heeft de Hoge Raad onder verwijzing naar het doel van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm (hierna: de WHpkv) overwogen dat de wetgever met de beperkingen van proceskostenvergoedingen in de WHpkv het oog heeft gehad op gevallen die zich daardoor kenmerken dat aan de belanghebbende rechtsbijstand wordt verleend door een beroepsmatig optredende gemachtigde, dan wel een kantoor, waarvan het bedrijfsmodel eruit bestaat dat (i) wordt opgetreden op basis van no cure no pay, (ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor wordt afgedragen, en (iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen.
Tussen 1 januari 2020 en 20 september 2023 bedroeg de instapvergoeding tussen de € 125 en € 265, exclusief omzetbelasting. Vanaf 20 september 2023, het moment waarop de gemachtigde kennisnam van het wetsvoorstel van de WHpkv, rekent de gemachtigde een instapvergoeding van € 750 exclusief omzetbelasting, behoudens in een verwaarloosbaar aantal uitzonderingsgevallen. Volgens belanghebbende kan van zo’n hoog bedrag niet worden gezegd dat de klant géén risico loopt bij het geven van de opdracht tot het verlenen van rechtsbijstand.
Voor de verder strekkende opvatting van de Staatssecretaris (neergelegd in de hiervoor in 2.2 bedoelde reactie) dat wanneer het bedrijfsmodel van de gemachtigde zo is vormgegeven dat de winstgevendheid of het voortbestaan van het bedrijf volledig afhankelijk is van bedragen aan proceskostenvergoedingen en vergoedingen van immateriële schade, dat bedrijfsmodel op één lijn moet worden gesteld met optreden op basis van no cure no pay, valt geen steun te ontlenen aan de totstandkomingsgeschiedenis van de WHpkv.
Een instapvergoeding van € 750 exclusief omzetbelasting per betrokken auto is niet dusdanig laag dat kan worden gesproken van rechtsbijstandverlening op een grondslag die in wezen overeenkomt met rechtsbijstandverlening op basis van no cure no pay. Bij een instapvergoeding ter hoogte van dit bedrag staat vast dat klanten van de gemachtigde financieel risico lopen bij het inschakelen van de gemachtigde voor het voeren van een procedure. Daaraan staat niet in de weg dat de klant van de gemachtigde – de belanghebbende in een bpm-procedure – vooraf ermee heeft ingestemd dat een eventuele vergoeding van proceskosten aan de gemachtigde toekomt.
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens voor zover het betreft de vergoeding van immateriële schade en de veroordeling van de heffingsambtenaar tot vergoeding van de wettelijke rente over de vergoeding van de immateriële schade vanaf vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, tot aan de dag van algehele voldoening;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de vastgestelde waarde van de woning tot € 375.000;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 5.186,26;
- gelast de heffingsambtenaar het door belanghebbende in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 188 vergoeden; en
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de wettelijke rente over de proceskostenvergoeding en de vergoeding van het griffierecht vanaf vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak van het Hof, tot aan de dag van algehele voldoening.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.