voor specifieke zorgkosten. Dit bedrag is volgens eiser opgebouwd uit tandartskosten,
zorgverzekeringskosten, medicijnen die eiser heeft gekocht in Nederland en [land] ,
dieetkosten en extra uitgaven voor kleding en beddengoed. Eiser heeft ter onderbouwing
van de door hem geclaimde tandartskosten een aanmaning overgelegd waarin enkel een
notabedrag staat vermeld. Hij heeft echter niet de betreffende facturen overgelegd. Uit deze
aanmaning is niet af te leiden of de daarin vermelde bedragen zien op het jaar 2019. Deze
kosten komen dan ook niet voor aftrek in aanmerking. Dit geldt ook voor het bedrag van
€ 408,16, dat is betaald aan ‘ [bedrijf 3] ’. De rechtbank kan uit dit stuk niet opmaken
wat voor kosten dit zijn. Voorts merkt de rechtbank op dat de incassokosten van € 40 op de
aanmaning niet voor aftrek van specifieke zorgkosten in aanmerking komen; dit zijn
namelijk kosten die zien op de inning en niet op de zorgkosten zelf. De premie die eiser
heeft betaald voor zijn zorgverzekering is evenmin aftrekbaar. Dit volgt uit artikel 6.18 van
de Wet 1B 2001 De kosten voor de aanschaf van hulpmiddelen ter ondersteuning van het
gezichtsvermogen zijn sinds 2009 niet meer aftrekbaar, reeds daarom heeft verweerder
terecht de kosten die eiser heeft gemaakt voor de aanschaf van een bril niet in aanmerking
genomen. De medicijnkosten die eiser in [land] zou hebben gemaakt, zijn ook niet
aftrekbaar, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze medicijnen door een arts
zijn voorgeschreven. Eiser heeft gesteld in Nederland medicijnkosten ten bedrage van € 17,75 te hebben gemaakt. Hiervan komt uitsluitend een bedrag van € 11,75 voor aftrek in
aanmerking. Dit bedrag is vermeld op de door eiser overgelegde factuur van een apotheek
van 17 juli 2019. Uit die factuur kan worden afgeleid dat het middel is verstrekt op
voorschrift van de huisarts. Van andere Nederlandse medicijnkosten heeft eiser geen bewijs
geleverd.