De huurder van een sociale huurwoning werd door Ymere geconfronteerd met een ontbindingsvordering wegens vermeende overlast. De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen. De huurder ging in hoger beroep en voerde aan dat de overlast niet ernstig, langdurig of aanhoudend was en dat de klachten geanonimiseerd en onvoldoende concreet waren.
Het hof stelde vast dat er wel sprake was van tekortkomingen, zoals meldingen over een niet aangelijnde hond, dreigende taal en vernielingen, maar dat Ymere onvoldoende concreet had gemaakt dat deze overlast zodanig ernstig en structureel was dat ontbinding gerechtvaardigd was. De anonieme klachten en de inhoud van de einde interventieverklaring boden onvoldoende inzicht in de ernst en omvang van de overlast.
Het hof oordeelde dat het woonbelang en de psychische kwetsbaarheid van de huurder meewegen en dat de ontbinding daarom onterecht was. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd, de huurovereenkomst bleef van kracht, en Ymere werd bevolen binnen drie maanden een soortgelijke sociale huurwoning aan te bieden. Tevens werd Ymere veroordeeld tot vergoeding van de schade door de ontruiming en tot betaling van de proceskosten.