Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie na voeging en tussenkomst afnemer;
- antwoordmemorie na tussenarrest Dexia, met productie;
- antwoordakte echtgenote.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat centraal of de echtgenote van de afnemer het recht tot vernietiging van effectenleaseovereenkomsten, gesloten door haar echtgenoot zonder haar schriftelijke toestemming, heeft verloren door verjaring. De effectenleaseovereenkomsten zijn aangemerkt als huurkoopovereenkomsten, waarop het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW Pro van toepassing is.
De echtgenote heeft in 2005 de overeenkomsten vernietigd, maar Dexia stelt dat de vordering tot vernietiging is verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomsten. Dexia voert aan dat de echtgenote door betalingen vanaf een en/of-rekening vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten, wat het hof als een bewijsvermoeden aanneemt.
Het hof laat de echtgenote toe tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, en houdt verdere beslissing aan. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 26 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof staat toe dat de echtgenote tegenbewijs levert tegen het vermoeden van bekendheid vóór 13 maart 2000 en houdt verdere beslissing aan.