ECLI:NL:GHAMS:2026:1458
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietigingsrecht effectenleaseovereenkomsten en verjaring van rechtsvordering
In deze zaak staat centraal of de echtgenote van afnemer het recht tot vernietiging van effectenleaseovereenkomsten, gesloten door afnemer zonder haar schriftelijke toestemming, heeft verloren door verjaring. De effectenleaseovereenkomsten zijn beëindigd en de echtgenote heeft zich op vernietiging beroepen op grond van artikel 1:89 BW Pro in samenhang met artikel 1:88 BW Pro.
De kantonrechter heeft de overeenkomsten vernietigd en Dexia veroordeeld tot betaling aan afnemer. Dexia gaat in hoger beroep en betwist onder meer dat de vernietigingsvordering niet is verjaard. Het hof overweegt dat de verjaringstermijn van drie jaar begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend is met het bestaan van de overeenkomsten.
Dexia stelt dat de echtgenote door betalingen vanaf een en/of-rekening vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomsten, waardoor de verjaringstermijn is gestart. Het hof acht dit aannemelijk en laat afnemer toe tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof staat afnemer toe tegenbewijs te leveren over de bekendheid van de echtgenote met de effectenleaseovereenkomsten en houdt de verdere beslissing aan.