Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.[appellant 1] ,
[geïntimeerde 3],
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten in beide zaken
2. De dakknik wordt momenteel gerealiseerd op 6800 mm hoogte (…) 160 mm lager dus dan op de tekening. (…)
3. De ‘tussengoot' is duidelijk getekend middels het detail. Deze goot bevindt zich overigens volledig op de erfgrens van nr. [nummer 2] .
4. De 'tussengoot' is thans nog niet gerealiseerd (…), maar de eigenaar van nr. [nummer 2] verklaarde tijdens mijn bezoek dat de goot gemaakt wordt zoals op de vergunde tekening is aangegeven. (…)
5. Ondanks wat maatafwijkingen (…) kan gesteld worden dat de dakopbouw gerealiseerd wordt conform de vergunde tekening. De dakgoot dient nog te worden gemaakt (evenals de bekleding van de zijgevel aan de kant van nr. [nummer 1] ) waardoor de exacte maatvoering nog niet vast te stellen is. Optisch lijkt 't alsof de goot hoger zal worden aangebracht dan bij eenzelfde dakopbouw bij nr. [nummer 3] . De goot bevindt zich onder de daknok van nr. [nummer 1] (…).
naar de achtergevel van de uitbouw van partij 2[ [geïntimeerde 1] ; hof]
. De achtergevel staat met 1984 mm weliswaar binnen de maximale maat van 2000 mm, maar de goot en het dak steken uit, waarmee de maximale maat met circa 100 mm wordt overschreden (…)
Totaal inclusief btw EUR 1.200,00
1. Het lood in de schoorstenen bij [nummer 3] en [nummer 2] is niet aangebracht volgens de richtlijnen, hier moet spouwlood aangebracht worden.
2. De aansluiting met de zalingen achter de schoorstenen zijn niet afgedicht.
3. De aansluiting met de hemelwaterafvoer nr. [nummer 2] moet nog definitief gemaakt worden.
4. Het op aangeven van de aannemer nr. [nummer 2] gemaakte sparing in het plafond t.b.v. de te plaatsen HWA moet hersteld worden door de aannemer.
4. Is volgens uw metingen ter plaatse correct dat het dak en de dakgoot bij de achtergevel uitsteken? (...)
In het rapport van Dekra is de breedte van het overstek op foto 3 op pagina 4 van hun rapport vastgelegd. Zij stellen op pagina 3 dat de maximale maat van het dakoverstek met circa 100 mm wordt overschreden. Door ons is tijdens de opname vastgesteld dat de gehele dakopbouw is gerealiseerd binnen de erfgrens-afscheiding. (...)
5. Is volgens uw bevindingen ter plaatse correct dat de aansluiting van de hemelwaterafvoer (HWA) onvoldoende deugdelijk is afgewerkt, ook wat betreft de loodaansluiting daarvan? (…)
De hemelwaterafvoeren zijn overeenkomstig de bouwtekening uitgevoerd en beantwoorden aan hetgeen goed en deugdelijk werk vereist (...). Tijdens de opname zijn de aansluitingen van hemelwaterafvoeren op de goot en standleiding vanaf het dak en de grond door ons geschouwd. De hemelwaterafvoeren zijn boven de bouwmuur van cliënt gerealiseerd. Het hemelwater wordt niet via de bouwmuur of het dak van [appellant 1] geloosd.
6. Is volgens uw bevindingen ter plaatse correct dat de aansluiting van de schoorsteen onvoldoende deugdelijk is afgewerkt? (...)
De hoekaansluiting tussen de schoorsteen en het dak van [appellant 1] is door [appellant 1] gerealiseerd (...). De aansluiting tussen het opgaande metselwerk met de wandafwerking, waarmee de linkergevel afgewerkt is, is gerealiseerd door cliënt. Uit onze inspectie ter plaatse blijkt dat deze aansluiting, met voetlood en bitumen stroken die doorlopen in de aansluitende goot, waterdicht is afgewerkt. Doordat het hemelwater via het lood en bitumen stroken getransporteerd wordt naar de goot, kan dit water nooit via deze aansluiting doordringen in de woning van [appellant 1] .
(…)
3.De beoordeling in beide zaken
*de schoorsteen conform aanbeveling 3, 4 en 5 van het rapport van [naam] en de aanwijzingen van [bedrijf 2] van 30 april 2021, uit te voeren door [bedrijf 2] onder de voorwaarde dat als de kosten van [bedrijf 2] de kosten overstijgen die [geïntimeerde 1] aan een andere door hemzelf in te schakelen aannemer zou hebben moeten betalen, [appellant 1] dit meerdere betaalt;
200.334.259/01opgekomen met vijf grieven. In zaak
200.336.411/01heeft [geïntimeerde 1] zich hiertegen gekeerd met eveneens vier grieven in principaal appel. [appellant 1] heeft in incidenteel appel nog twee grieven geformuleerd. Deze grieven en het daartegen aangevoerde, voor zover van belang, zullen hieronder per onderwerp worden behandeld.
twee grieven in incidenteel appel in zaak 200.336.411/01opnieuw bepleit dat tot afbraak van de overbouw dient te worden overgegaan. [appellant 1] heeft hiertoe aangevoerd dat [geïntimeerde 1] welbewust op de grond van [appellant 1] heeft gebouwd, althans zich niet heeft vergewist van de juiste grens en de bouwwerkzaamheden niet door een professionele aannemer heeft laten verrichten, maar deze samen met een vriend heeft uitgevoerd. [geïntimeerde 1] kan daarom kwade trouw worden verweten, althans grove schuld, volgens [appellant 1] . Een onevenredige benadeling van [geïntimeerde 1] is met afbraak en verwijdering niet aan de orde, omdat deze kosten liggen tussen € 5.500,00 en € 8.000,00 en de perceelsoverschrijding niet marginaal is te noemen. Volgens [appellant 1] zal een eventueel door hemzelf of zijn rechtsopvolger te realiseren eigen aanbouw hierdoor logischerwijs kleiner zijn en belemmert de overbouw van [geïntimeerde 1] een
prefabaanbouw.
de tweede grief in principaal appel in zaak 200.336.411/01aangevoerd, waarbij [geïntimeerde 1] heeft benadrukt dat een boete niet aan de orde is. Van kwade trouw of grove schuld kan geen sprake zijn. Aanvankelijk was de fundering voor de aanbouw aangelegd in het verlengde van de tussen de woningen van partijen gelegen fundering van de mandelige muur, aldus voor de helft op het perceel van [appellant 1] , zodat ook [appellant 1] in de toekomst een uitbouw zou kunnen plaatsen. [geïntimeerde 1] heeft deze fundering verwijderd nadat [appellant 1] daartegen alsnog bezwaar had gemaakt. Omdat [appellant 1] daarna niet toestond dat de aannemers van [geïntimeerde 1] op zijn perceel zouden komen, hebben zij hun werkzaamheden gestaakt. [geïntimeerde 1] moest toen zelf, samen met een vriend met enige bouwkennis, de fundering opnieuw leggen. Dit heeft tot de overbouw geleid, die echter minimaal is. De fundering zelf staat overigens volledig binnen de erfgrens. De overbouw kan eventueel worden afgezaagd, maar dat zal geen fraai resultaat geven. [geïntimeerde 1] heeft ter onderbouwing van de omvang van de overbouw verwezen naar een door hem laten verrichten meting door een architectenbureau genaamd OZ aan de hand van de kadastrale grensvaststelling. Daaruit volgt dat de overbouw een oppervlakte heeft van in totaal 6 cm2, aldus [geïntimeerde 1] .
prefab) aanbouw of andere gebruiksmogelijkheden van zijn perceel in de weg staat.
de eerste grief in principaal appel in zaak 200.336.411/01van [geïntimeerde 1] ziet op deze beslissing. Deze grieven zullen gezamenlijk worden besproken.
het eerste deel van de tweede grief in zaak 200.334.259/01heeft [appellant 1] naar voren gebracht dat de hemelwaterafvoer aan de voorzijde van de woning van [appellant 1] in opdracht van [geïntimeerde 1] was afgekapt, waardoor in de woning van [appellant 1] lekkage is ontstaan. In opdracht van [geïntimeerde 1] heeft [bedrijf 2] een noodreparatie uitgevoerd om de lekkage vanuit de hemelwaterafvoer tijdelijk te stoppen en daarbij is een gat gemaakt in de dakgoot. Ondanks verzoek daartoe heeft [geïntimeerde 1] vervolgens nagelaten dit gat door [bedrijf 2] te laten herstellen. [geïntimeerde 1] is daarom verantwoordelijk voor dit gat. Het stond [appellant 1] vrij zijn medewerking te weigeren aan het door [geïntimeerde 1] aangeboden herstel van het gat door een derde, omdat [appellant 1] daarmee de garantie van [bedrijf 2] op de dakwerkzaamheden zou verliezen, aldus [appellant 1] . [geïntimeerde 1] heeft zijn verweer in hoger beroep herhaald.
het tweede deel van de tweede grief) ziet op deze door [appellant 1] gevorderde vergoeding. [appellant 1] verwijst in hoger beroep naar beelden van de lekkage en de bevindingen van [naam] waaruit volgt dat de goot is gaan lekken. Ook heeft [appellant 1] aangevoerd dat het hem vrijstond [geïntimeerde 1] de toegang tot zijn woning te weigeren gezien de ervaringen die [appellant 1] had met [geïntimeerde 1] en de ontstane slechte verstandhouding.
de vierde grief in zaak 200.334.259/01bepleit dat ten onrechte geen dwangsommen zijn opgelegd noch [appellant 1] een machtiging is verleend de werkzaamheden door een derde te laten uitvoeren. Gelet op de beslissing in 3.15 dat ter zake van deze herstelwerkzaamheden een bedrag zal moeten worden betaald door [geïntimeerde 1] , heeft deze grief geen relevantie meer en zal de grief daarom niet nader worden behandeld.