Belanghebbende kreeg voor het jaar 2020 aanslagen inkomstenbelasting en Zvw opgelegd met een belastbaar inkomen van €43.520, inclusief inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB) voor de verzorging van zijn moeder. Tevens werd een verzuimboete van €385 opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte.
De rechtbank had de aanslagen verminderd tot een belastbaar inkomen van €39.557, waarbij een deel van de kosten als aftrekposten werd erkend, maar de verzuimboete gehandhaafd. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat de gemaakte kosten voor de verzorging van zijn moeder in aftrek moesten worden gebracht en dat de verzuimboete onterecht was.
Het Hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat alleen kosten die in een zakelijke relatie staan tot de inkomsten uit het PGB aftrekbaar zijn. Belanghebbende had onvoldoende bewijs geleverd voor de zorg-onderhoudskosten en de reiskosten werden door de inspecteur op een redelijke wijze vastgesteld. Ook de verzuimboete werd als passend en geboden beoordeeld, mede vanwege het stelselmatige verzuim van belanghebbende. Het Hof liet de tardief ingediende stukken buiten beschouwing en bevestigde de eerdere uitspraak, waardoor het hoger beroep ongegrond werd verklaard.