ECLI:NL:GHAMS:2026:1654
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontruiming woning na beëindiging huurovereenkomst ondanks beroep op huurbescherming
De Gemeente Dijk en Waard vordert ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [appellant]. De huurder beroept zich op huurbescherming tegen de beëindiging van de huurovereenkomst per 31 maart 2026, zoals vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst. De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe. Het hof bekrachtigt dit vonnis, maar met een langere ontruimingstermijn van twee maanden.
De huurovereenkomst was oorspronkelijk voor twee jaar gesloten en liep tot 20 november 2024. Daarna is een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan, verbonden aan een beëindigingsovereenkomst die de huur beëindigt per 31 maart 2026. De huurder wilde tijdelijk blijven vanwege een verhuizing naar Oostenrijk, maar de Gemeente wilde de woning vrijmaken voor spoedzoekers.
Het hof oordeelt dat het beroep op huurbescherming niet slaagt omdat de huurder zelf om tijdelijke verlenging heeft gevraagd en de Gemeente niet onrechtmatig heeft gehandeld. Er is geen bewijs van druk of dwang bij het ondertekenen van de beëindigingsovereenkomst. De belangenafweging weegt zwaarder in het voordeel van de Gemeente. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op twee maanden na betekening van het arrest. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming met een ontruimingstermijn van twee maanden na betekening van het arrest.