ECLI:NL:GHAMS:2026:1839

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
200.365.631/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:151 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen echtscheidingsbeschikking wegens duurzaam ontwricht huwelijk

Partijen zijn sinds 1979 gehuwd en hebben de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken op verzoek van de man, die stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw is het hier niet mee eens en verzet zich tegen de echtscheiding, stellende dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht is en dat culturele en persoonlijke redenen een voortzetting rechtvaardigen.

In hoger beroep handhaaft de man zijn verzoek tot echtscheiding en voert aan dat er geen uitzicht is op herstel van de echtelijke verhoudingen. De vrouw is niet verschenen op de zitting, maar haar advocaat heeft verzocht om aanhouding van de zaak om huwelijksvermogensrechtelijke zaken te bespreken. Het hof wijst dit verzoek af omdat enkel het verzoek tot echtscheiding aan de orde is.

Het hof overweegt dat partijen al ruim tien jaar gescheiden leven en dat de man in China woont. De wens van de vrouw om het huwelijk voort te zetten kan niet afdoen aan het feit dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens duurzaam ontwricht huwelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.365.631/01
zaaknummer rechtbank: C/13/775879 / FA RK 25-7151
beschikking van de meervoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak van
[de vrouw] ,
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. D.Y. Li te Groningen,
en
[de man] , volgens de huwelijksakte [naam] ,
wonende te China,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. T.Y. Tsang te Den Haag.

1.De zaak in het kort

De zaak gaat over de echtscheiding tussen partijen. De rechtbank heeft de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De vrouw is het daar niet mee eens en wil dat het verzoek van de man om de echtscheiding uit te spreken alsnog wordt afgewezen. De man is het wel eens met de beslissing van de rechtbank.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De vrouw is op 27 februari 2026 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 10 december 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank).
2.2
De man heeft op 23 maart 2026 een verweerschrift ingediend.
2.3
De zitting heeft op 29 mei 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de vrouw, en
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De advocaat van de man heeft op de zitting (op verzoek van het hof) een afschrift van de huwelijksakte van partijen overgelegd.

3.De feiten

3.1
Partijen zijn met elkaar gehuwd [in] 1979 te [plaats B] .
3.2
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking de echtscheiding tussen partijen uitgesproken.
4.2
De vrouw verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het (inleidend) verzoek van de man alsnog af te wijzen.
4.3
De man verzoekt de grief van de vrouw af te wijzen, althans niet-ontvankelijk te verklaren.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Op grond van artikel 1:151 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de echtscheiding op verzoek van één der echtgenoten worden uitgesproken als het huwelijk duurzaam is ontwricht. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een huwelijk duurzaam is ontwricht indien de voortzetting van de samenleving ondraaglijk is geworden en geen uitzicht bestaat op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen.
De standpunten
5.2
De vrouw stelt dat de rechtbank de echtscheiding tussen partijen ten onrechte heeft uitgesproken. Zij is van mening dat het huwelijk niet duurzaam is ontwricht. Partijen wonen weliswaar apart, maar dit is voor haar geen reden om het huwelijk te doen ontbinden door echtscheiding. In september 2025 was de man in Nederland. De vrouw heeft toen voor de man gekookt en zij sliepen samen in één bed. De vrouw wenst voortzetting van het huwelijk. In de Chinese cultuur scheiden personen van deze generatie bij hoge uitzondering en is het niet ongebruikelijk dat echtgenoten voor een lange periode niet bij elkaar wonen. Daarnaast speelt schaamte een grote rol en de vrouw wil daarom niet scheiden. Zij hoopt dat de man tot inkeer komt. Verder moeten er huwelijksvermogensrechtelijk ook nog zaken geregeld worden.
5.3
De man voert aan dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en dat de echtscheiding op goede gronden is uitgesproken. De man wil scheiden, ook vanwege belastingtechnische voordelen voor de vrouw en hun kinderen. Uit het feit dat hij in eerste aanleg heeft verzocht de echtscheiding uit te spreken, blijkt dat hij van oordeel is dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en dat hij geen voortzetting van het huwelijk wenst. De wens van de vrouw om het huwelijk voort te zetten en haar beroep op culturele beleving en schaamte rondom echtscheiding, maakt niet dat geen sprake kan zijn van duurzame ontwrichting. Hoe invoelbaar deze persoonlijke omstandigheden voor de vrouw ook mogen zijn, zij kunnen niet afdoen aan het feit dat de man de huwelijkse relatie niet langer wenst voort te zetten en dat van herstel van de relatie geen sprake is. De subjectieve bezwaren van de vrouw tegen echtscheiding kunnen niet afdoen aan het recht van de man om beëindiging van een duurzaam ontwricht huwelijk te verzoeken. Verder stelt de man dat hij, op de momenten dat hij in Nederland was, in hetzelfde huis woonde als de vrouw en dat zij dan in hetzelfde bed sliepen, omdat er maar één bed in het huis stond.
De beoordeling
5.4
Voor zover de advocaat van de vrouw ter zitting in hoger beroep heeft verzocht om de zaak voor een periode van twee weken aan te houden, zodat partijen om de tafel kunnen om de huwelijksgemeenschap te bespreken, overweegt het hof als volgt. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak aan te houden, nu enkel het verzoek tot echtscheiding voorligt. Geen van partijen heeft verzocht een beslissing te nemen over de afwikkeling van het huwelijksvermogen. Het hof zal het verzoek van de vrouw om de zaak aan te houden dan ook afwijzen.
5.5
Het hof overweegt verder als volgt. Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat de man en de vrouw reeds ruim tien jaar gescheiden leven en dat de man al geruime tijd in China woont. In hoger beroep handhaaft de man zijn stelling dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht en volhardt hij in zijn verzoek tot echtscheiding. Het is daarom voldoende aannemelijk dat er geen uitzicht was en is op herstel van behoorlijke echtelijke verhoudingen. Dat de vrouw het huwelijk tussen partijen wenst voort te zetten, maakt dit niet anders. De vrouw heeft in hoger beroep voor het overige ook geen feiten of omstandigheden aangevoerd, die tot een ander oordeel nopen. Dit brengt met zich mee dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat de echtscheiding kon worden uitgesproken. Het hof zal de bestreden beschikking daarom bekrachtigen.
5.6
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, mr. J.M. van Baardewijk en mr. L.M. Mons, in tegenwoordigheid van mr. I.L.I. Bossert als griffier en is op 7 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.