ECLI:NL:GHAMS:2026:271

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
200.312.700/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest wegens kennelijke schrijffout in aanvang verjaringstermijn

In deze civiele zaak tussen Dexia Nederland B.V. en de wederpartijen heeft het Gerechtshof Amsterdam op 3 februari 2026 een herstelarrest uitgesproken. Het hof constateerde dat in het arrest van 11 november 2025 een kennelijke schrijffout was gemaakt met betrekking tot de aanvang van de verjaringstermijn.

Concreet stond in het arrest dat de verjaringstermijn van vijf jaar begon te lopen vanaf 28 oktober 2016, terwijl dit volgens het hof correct vanaf 21 januari 2017 had moeten zijn. Het hof oordeelde dat deze fout eenvoudig te herstellen was en gaf partijen de gelegenheid om zich hierover schriftelijk uit te laten binnen twee weken, zonder mogelijkheid tot uitstel.

Het arrest betreft een procedure in hoger beroep met zaaknummer 200.312.700/01, waarbij Dexia Nederland B.V. appellante is. De herstelmaatregel betreft een zuiver formele correctie zonder inhoudelijke wijziging van het oordeel over de zaak zelf. Het hof benadrukte de noodzaak van nauwkeurigheid in de processtukken en de mogelijkheid tot correctie van kennelijke fouten.

Uitkomst: Het hof herstelt de kennelijke schrijffout in de aanvangsdatum van de verjaringstermijn en geeft partijen gelegenheid tot schriftelijke reactie.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.312.700/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 9598560 EL 21-340
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 3 februari 2026
inzake
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente]),
geïntimeerde,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,
en
[de afnemer],
wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente]),
gevoegde en tussenkomende partij,
eiser in het incident,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Dexia, de echtgenote en de afnemer genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 11 november 2025 een arrest uitgesproken. Het hof heeft ambtshalve vastgesteld dat in dit arrest sprake is van een kennelijke fout.

2.Beoordeling

2.1.
Aan het slot van rechtsoverweging 4.9 van het arrest is vermeld:
‘Na de brief van 20 januari 2017 is de dagvaarding vervolgens binnen de lopende verjaringstermijn van vijf jaar vanaf 28 oktober 2016 uitgebracht, namelijk op 10 december 2021 (hof Amsterdam 22 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3567, rov. 2.16).’
2.2.
De verjaringstermijn is na de brief van 20 januari 2017 niet gaan lopen vanaf 28 oktober 2016, maar vanaf 21 januari 2017. Dit is een kennelijke schrijffout die zich naar het voorlopig oordeel van het hof leent voor eenvoudig herstel. Het hof heeft het voornemen deze kennelijke schrijffout te verbeteren. Het hof zal partijen de gelegenheid geven zich hierover uit te laten.

3.Beslissing

Het hof:
3.1.
stelt partijen in de gelegenheid zich binnen twee weken na heden schriftelijk uit te laten, zoals hiervoor in 2.2 is vermeld, door middel van een bericht aan dagvaarding.hof.amsterdam@rechtspraak.nl en met vermelding van het zaaknummer 200.312.700/01;
3.2.
bepaalt dat geen uitstel zal worden verleend.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, L. Alwin en R.M. de Winter en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.