Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
5 augustus 2025 is een huisbezoek afgelegd na een melding van een buurtbewoner dat er een man met een rolkoffertje het gehuurde was binnengegaan. De man bleek [appellant] te zijn. Hij heeft tegenover de verbalisant het volgende verklaard:
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
grief 6bespreken, omdat deze grief van de verste strekking is.
grieven 1 tot en met 4lenen zich voor een gezamenlijke behandeling. [appellant] voert aan dat hij wel degelijk in het gehuurde woont en daar ook zijn hoofdverblijf heeft. Hij was echter genoodzaakt enkele maanden in Marokko door te brengen bij zijn gezin aldaar, omdat zijn echtgenote ernstig ziek was en de zorg voor hun minderjarige kind daarom in de knel kwam. Dit verblijf was tijdelijk van aard en niet langdurig. [appellant] wist niet dat het gehuurde tijdens zijn afwezigheid voor sekswerk werd gebruikt. Zijn goede vriend [naam] , aan wie [appellant] de sleutels van het gehuurde had toevertrouwd om de post in de gaten te houden en de planten water te geven, heeft kennelijk misbruik gemaakt van de situatie. [appellant] heeft het gehuurde (dus) niet onderverhuurd en evenmin de bestemming van het gehuurde gewijzigd. Gelet op deze omstandigheden is een eventuele tekortkoming niet ernstig genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen, aldus nog steeds [appellant] .
grief 5dat zijn woonbelang bij behoud van het gehuurde zwaarder weegt dan het belang van Stadgenoot bij de gevorderde ontruiming. [appellant] wijst erop dat hij een man op leeftijd is (68 jaar) en kampt met verschillende gezondheidsproblemen. [appellant] heeft geen sociaal vangnet. Hij kan zich financieel gezien geen andere woning veroorloven. Ontruiming zal dus leiden tot een dakloos bestaan, aldus [appellant] .