ECLI:NL:GHAMS:2026:321

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
200.363.915/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BWArt. 29a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen ontruimingsvonnis wegens gebruik sociale huurwoning voor prostitutie

In deze zaak is appellant in eerste aanleg veroordeeld tot ontruiming van een sociale huurwoning die hij gebruikte voor prostitutiedoeleinden. De kantonrechter oordeelde dat dit een ernstige toerekenbare tekortkoming was die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigde.

Appellant ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Het hof nam de feiten van het bestreden vonnis over, maar oordeelde dat er bijzondere omstandigheden waren die maakten dat onvoldoende aannemelijk was dat de bodemrechter de huurovereenkomst zou ontbinden en ontruiming zou gelasten.

Het hof gaf appellant een laatste kans, mede gelet op het staken van het gebruik, het ontbreken van overlast, de ingezette psychische hulp, de bereidheid van ouders tot ondersteuning, en het belang van appellant bij behoud van de woning. Het hof vernietigde het vonnis en wees de vorderingen van de verhuurder af, waarbij de verhuurder werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de verhuurder af, waardoor appellant in de woning mag blijven.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1
zaaknummer : 200.363.915/01
zaaknummer rechtbank Alkmaar : 11954643 \ KG EXPL 25-148 KB
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige burgerlijke kamer van 27 januari 2026
inzake

[appellant]

wonende te [plaats] ,
appellant,
advocaat: mr. I.C. Andréa te Alkmaar,
tegen

WONINGSTICHTING VAN ALCKMAER VOOR WONEN

gevestigd te Alkmaar,
geïntimeerde,
advocaat: mr. K. Straathof te Alkmaar.
Partijen worden hierna [appellant] en Van Alckmaer genoemd.
Tegenwoordig zijn:
mr. J.E. van der Werff - voorzitter
mr. J.C. Toorman - raadsheer
mr. M.J.R. Brons - raadsheer
S. van Loo - griffier
Verschenen zijn:
aan de zijde van appellant:
- [naam 1] ,
bijgestaan door mr. F. Baars, advocaat te Alkmaar,
aan de zijde van geïntimeerde:
  • [naam 2] (woonconsulent),
  • [naam 3] (woonconsulent),
bijgestaan door mr. Straathof voornoemd.

Het geding in hoger beroep

Op 22 december 2025 heeft de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, onder bovengemeld zaaknummer een vonnis gewezen (hierna: het bestreden vonnis) in een kort geding tussen Van Alckmaer als eiseres en [appellant] als gedaagde. De kantonrechter heeft [appellant] veroordeeld binnen 10 dagen na betekening van het bestreden vonnis de door hem van Van Alckmaer gehuurde woning aan [A-straat] te [plaats] te ontruimen. De kantonrechter heeft [appellant] in de proceskosten veroordeeld.
[appellant] is bij appeldagvaarding van 16 januari 2026 in hoger beroep gekomen van het bestreden vonnis. De appeldagvaarding bevat de grieven en een incidentele vordering. Van Alckmaer heeft op 26 januari 2026 een memorie van antwoord met producties ingediend.
[appellant] heeft in de hoofdzaak geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de vorderingen van geïntimeerde alsnog geheel of gedeeltelijk zal afwijzen. In het incident heeft [appellant] geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal schorsen voor wat betreft de bepaling in onderdeel 5.3 daarvan tot de beslissing in de hoofdzaak.
Van Alckmaer heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen en [appellant] niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn incidentele vordering en zijn hoger beroep, althans zijn incidentele vordering en hoger beroep ongegrond zal verklaren, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het hoger beroep, uitvoerbaar bij voorraad.
Tijdens de mondelinge behandeling op 27 januari 2026 hebben mrs. Baars en Straathof voornoemd het woord gevoerd. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van het hof beantwoord.
Van het verhandelde op de zitting zijn zittingsaantekeningen gemaakt, die zo nodig in een apart proces-verbaal worden uitgewerkt.
Na schorsing en hervatting van de zitting heeft het hof mondeling uitspraak gedaan, die in dit proces-verbaal schriftelijk wordt weergegeven.

Beoordeling

1. Het hof neemt de feiten over die in het bestreden vonnis zijn opgenomen.
2. Ook het hof acht de ingebruikgeving van de woning voor prostitutiedoeleinden een ernstige toerekenbare tekortkoming, die in beginsel een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. In deze zaak doen zich echter bijzondere omstandigheden voor:
  • meteen na de constatering van de ingebruikgeving heeft [appellant] deze gestaakt;
  • er is geen overlast gemeld door omwonenden;
  • [appellant] ziet inmiddels de ernst van zijn handelen in;
  • [appellant] heeft blijkens een door hem overgelegde verklaring van zijn psychiater psychische hulp die ook lijkt te helpen;
  • [appellant] heeft zich aangemeld voor bewind;
  • de ouders van [appellant] zijn bereid om hem te helpen als hij onder bewind wordt gesteld;
  • [appellant] heeft getoond in te zien dat hij hulp nodig heeft;
  • [appellant] heeft concreet zicht op een baan bij HTM […];
  • [appellant] heeft groot belang bij behoud van zijn woning.
3. Deze omstandigheden brengen mee dat in het geval van [appellant] onvoldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter de huurovereenkomst zal ontbinden en hem tot ontruiming zal veroordelen.
4. Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen en de vorderingen van Van Alckmaer afwijzen.
5. Het hof geeft hiermee [appellant] een laatste kans.
6. Bij behandeling van het incident heeft [appellant] geen belang meer.

Beslissing

Het hof:
vernietigt het bestreden vonnis;
wijst de vorderingen van Van Alckmaer alsnog af;
veroordeelt Van Alckmaer in de proceskosten in beide instanties. De kosten voor de eerste aanleg aan de zijde van [appellant] worden tot nu vastgesteld op € 543,00 aan salaris. De kosten voor het hoger beroep aan de zijde van [appellant] worden tot nu vastgesteld op € 528,67 aan verschotten en € 2.428,00 aan salaris.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat conform art. 29a lid 3 Rv is ondertekend door de voorzitter.
------------------------------
voorzitter