Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
8 november 2023 van de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaak-/ rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en [geïntimeerden] als gedaagden in conventie, eisers in reconventie (hierna: het bestreden vonnis).
3.Feiten
4.Procedure bij de rechtbank
De rechtbank heeft de vordering van [appellant] onder IV afgewezen omdat de nieuwe brug naar het oordeel van de rechtbank geen belemmering vormt voor de uitoefening van de erfdienstbaarheid. Ook de vordering van [appellant] onder V is afgewezen.
5.Het hoger beroep
voorraad – de (in hoger beroep gewijzigde) vorderingen van [appellant] zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten in beide instanties, met nakosten.
6.Beoordeling
elk(bedrijfs)voertuig (met aanhangwagen of trailer) van het bruggetje en het pad gebruik kan maken. Om die reden is de door [appellant] gevorderde verklaring voor recht (vordering onder I) niet toewijsbaar. Uit het voorgaande volgt ook dat grief 1 van [appellant] in principaal hoger beroep en grief 1 van [geïntimeerden] in incidenteel hoger beroep - voor zover die grief de uitleg van de erfdienstbaarheid van weg betreft - niet slagen.