ECLI:NL:GHAMS:2026:399
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- H.A. van Eijk
- A.M.P. Geelhoed
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding schade door voorlopige hechtenis na gecombineerde strafoplegging en vrijspraak
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 533 Sv Pro tot vergoeding van schade van €8.690,- wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis in een strafzaak. De zaak betrof een combinatie van feiten: een vrijspraak voor brandstichting en een strafoplegging voor het aanwezig hebben van harddrugs.
Het hof oordeelde dat de term 'zaak' in artikel 533 Sv Pro betrekking heeft op het gehele rechtsgeding, inclusief alle feiten die aan de verdachte zijn tenlastegelegd en waarvoor voorlopige hechtenis is toegepast. Omdat verzoeker zowel werd veroordeeld voor het bezit van harddrugs als vrijgesproken voor brandstichting, en de voorlopige hechtenis mede op grond van beide feiten was toegepast, eindigde de zaak niet zonder oplegging van straf.
Daarom is het verzoek tot vergoeding van schade niet ontvankelijk verklaard. Het hof volgde hiermee het standpunt van de advocaat-generaal en verwees naar eerdere jurisprudentie over de uitleg van het begrip 'zaak' in artikel 533 Sv Pro.
De beschikking is op 11 februari 2026 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam gegeven en vervroegd uitgesproken.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis omdat de zaak niet zonder oplegging van straf eindigde.