ECLI:NL:GHAMS:2026:4
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huur woonruimte en voortzetting huurovereenkomst na overlijden grootmoeder
In deze zaak vordert de kleindochter van een overleden huurster de voortzetting van de huurovereenkomst. De grootmoeder, die op 94-jarige leeftijd overleed, had de huurovereenkomst voortgezet na het overlijden van haar echtgenoot. De kleindochter, die sinds 2017 bij haar grootmoeder inwoonde om haar te verzorgen, stelt dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Het hof oordeelt echter dat de kleindochter niet heeft aangetoond dat zij vanaf haar zestiende bij haar grootmoeder heeft gewoond. De kantonrechter had eerder al geoordeeld dat de vordering van de kleindochter moest worden afgewezen, omdat het bestaan van een duurzame gemeenschappelijke huishouding niet was bewezen. Het hof bevestigt deze beslissing en wijst de vordering van de kleindochter af, waarbij het ook de proceskosten toewijst aan de geïntimeerde.