ECLI:NL:GHAMS:2026:484
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting tot hoofdverblijf in gehuurde woonruimte bij huurgeschil
In deze civiele zaak vordert de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte omdat de huurder geen hoofdverblijf in het gehuurde zou hebben. De kantonrechter stelde dat de huurder tekortgeschoten was, maar wees ontbinding af vanwege bijzondere omstandigheden.
In hoger beroep betoogt de huurder dat de huurovereenkomst geen verplichting tot hoofdverblijf bevat. Het hof past de Haviltex-maatstaf toe en concludeert dat de bepalingen in de huurovereenkomst en algemene voorwaarden niet impliceren dat de huurder haar hoofdverblijf in het gehuurde moet hebben. Het feit dat de huurder ook elders verblijft, levert geen tekortkoming op.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het stelt dat de huurder tekortgeschoten is, wijst de vorderingen van de verhuurder af en veroordeelt de verhuurder in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de huurovereenkomst geen verplichting tot hoofdverblijf bevat en wijst de vorderingen van de verhuurder af.