ECLI:NL:GHAMS:2026:507
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen notariskamer in hoger beroep
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de notariskamer en de griffier in een hoger beroepsprocedure over een notariële tuchtzaak. Hij baseerde zijn verzoek op een eerdere toegewezen wraking van een van de raadsheren in een andere zaak en stelde dat dit een domino-effect van partijdigheid veroorzaakte.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 19 februari 2026 en wees het verzoek af. De kamer oordeelde dat het enkele feit van een eerdere wraking in een andere zaak niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid in deze zaak, mede vanwege het tijdsverloop en de andere inhoudelijke context. Ook het wrakingsverzoek tegen de andere raadsheren en de griffier werd afgewezen, waarbij voor de griffier werd opgemerkt dat deze niet gewraakt kan worden volgens de wet.
Verder constateerde de wrakingskamer dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikte om procesbeslissingen af te dwingen en de procedure te vertragen. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. De beslissing werd op 25 februari 2026 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de notariskamer en griffier is afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.