Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
22 oktober 2013
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/[P](hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende diende een bezwaarschrift in tegen de aanslag inkomstenbelasting 2007. De Inspecteur weigerde aanvankelijk uitspraak te doen op het bezwaarschrift, waarna belanghebbende beroep instelde tegen deze weigering. Vervolgens deed de Inspecteur alsnog uitspraak op bezwaar en handhaafde de aanslag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de schriftelijke weigering niet-ontvankelijk en vernietigde de uitspraak op bezwaar, waarbij het belastbaar inkomen op nihil werd gesteld. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, met name tegen de niet-ontvankelijkverklaring en de toegewezen proceskostenvergoeding.
Het hof oordeelde dat door de latere uitspraak op bezwaar het belang van belanghebbende bij het beroep tegen de weigering was komen te vervallen, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Ook was er geen aanleiding voor een hogere proceskostenvergoeding dan de forfaitaire regeling, omdat bijzondere omstandigheden niet waren aangetoond.
Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur werd niet behandeld omdat de voorwaarde daarvoor niet was vervuld. Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de weigering uitspraak op bezwaar en wijst het hoger beroep ongegrond.