ECLI:NL:RBARN:2012:BX8772
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering rekening-courantvordering en vaststelling belastbaar inkomen 2007
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van een rekening-courantvordering van eiser en zijn broer op een BV waarin hun vader 100% aandelen bezat. Na het overlijden van vader in 2005 en de slechte resultaten van de BV, die in 2007 haar activiteiten staakte en in 2009 werd geliquideerd, wenst eiser de rekening-courantvordering ultimo 2007 af te waarderen tot nihil.
De rechtbank stelt vast dat een zakelijke huur voor de jaren 2001 tot en met 2004 is vastgesteld op € 45.000, terwijl feitelijk een lagere huur werd betaald. Het verschil wordt als informele kapitaalstorting aangemerkt. Voor de jaren 2005 tot en met 2007 geldt dat een deel van de niet-betaalde huur als oninbare vordering ten laste van het inkomen mag worden gebracht, maar het verschil tussen de overeengekomen en zakelijke huur ook als informele kapitaalstorting geldt.
Verder oordeelt de rechtbank dat betalingen aan de Rabobank en een crediteur uit de verkoopopbrengst van het bedrijfspand als regresvorderingen mogen worden afgewikkeld en afwaardering tot nihil rechtvaardigen. Leningen verstrekt in 2005 en rente daarop mogen eveneens worden afgewaardeerd. Overige bedragen in rekening-courant worden als kapitaalverstrekking gezien en kunnen niet worden afgewikkeld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en stelt het belastbaar inkomen uit werk en woning voor 2007 vast op negatief € 71.152. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het belastbaar inkomen uit werk en woning voor 2007 wordt vastgesteld op negatief € 71.152 en de rekening-courantvordering wordt slechts gedeeltelijk afgewaardeerd.