Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de bewindvoerder,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om de vereffening van een nagekomen bate binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank Noord-Nederland had de bewindvoerder bevolen tot vereffening van een teruggave omzetbelasting, maar het verzoek tot vereffening van een gereserveerde bate wegens een vordering tussen partijen werd afgewezen.
De bewindvoerder ging in hoger beroep en verzocht het vonnis deels te vernietigen en alsnog te bevelen tot vereffening en verdeling van de vordering op grond van een arrest van het hof van 10 juli 2012. Dit arrest had de onverschuldigdheid van betalingen door de schuldenaar aan de wederpartij vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de vordering uit onverschuldigde betaling als nagekomen bate in de zin van artikel 194 Faillissementswet Pro moest worden aangemerkt en dat deze tot de schuldsaneringsboedel behoort. Verder was de bewindvoerder voldoende voortvarend geweest bij het innen van de bate en kon niet worden gesproken van een ten tijde van de vereffening bekende bate, omdat de betaling nog onzeker was.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de nagekomen bate betrof en beval de bewindvoerder tot vereffening en verdeling daarvan over te gaan op basis van de vroegere uitdelingslijst. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof beveelt de bewindvoerder tot vereffening en verdeling van de nagekomen bate uit het arrest van 10 juli 2012.