Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
wonende te [woonplaats],
rechtsopvolger van de overleden [A],
wonende te [woonplaats],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat centraal of de pachter het gepachte land nog zelf exploiteert, zoals vereist volgens de pachtovereenkomst en artikel 7:347 BW Pro. De pachter was een samenwerking aangegaan waarbij hij feitelijk de zeggenschap over het gepachte uit handen gaf. De verpachter vorderde ontbinding en ontruiming van het gepachte.
De rechtbank had de pachtovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen. Het hof bevestigt dit oordeel, omdat de pachter onvoldoende feitelijke gegevens heeft overgelegd om te weerleggen dat hij het gepachte zelf exploiteert. Ondanks verzoeken heeft de pachter geen volledige jaarrekeningen en gecombineerde opgaven overgelegd die inzicht geven in de bedrijfsvoering.
Het hof oordeelt dat de pachter gehouden is om bij twijfel inzake eigen exploitatie inzicht te bieden in de bedrijfsvoering. Het ontbreken van dergelijke gegevens en de inhoudelijke toelichting wijzen erop dat de pachter niet langer ondernemer is, maar mogelijk slechts een vergoeding ontvangt.
De ontbinding en ontruiming worden bevestigd, met een dwangsom van €1.000 per dag tot maximaal €100.000. De kosten van het principaal beroep worden aan de pachter opgelegd. Het arrest wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De pachtovereenkomst wordt ontbonden en de pachter veroordeeld tot ontruiming met dwangsom wegens het niet zelf exploiteren van het gepachte.