Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
grief Iis gericht. Abusievelijk heeft de rechtbank onder 2.2. opgenomen dat [appellante] is veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vier jaar, terwijl de proeftijd een periode van twee jaar bedroeg. Het hof gaat voorts uit van de volgende feiten.
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
grieven II tot en met IVricht [appellante] zich tegen het oordeel van de rechtbank, dat zij niet is toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de aanname dat zij terecht op grond van een inmiddels onherroepelijk geworden op tegenspraak gewezen strafrechtelijk vonnis van 19 oktober 2004 (hierna: het strafvonnis) voor een opzetdelict (artikel 136 Sr Pro) is veroordeeld, dat sprake was van een opzettelijk nalaten als bedoeld in de opzetclausule, ook al is dat opzettelijk nalaten niet gericht geweest op het teweegbrengen van de dood van [naam 1], en dat voorwaardelijk opzet ook onder de opzetclausule valt. Reaal heeft samengevat aangevoerd dat op grond van AVP 5 aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door opzettelijk wederrechtelijk handelen van een verzekerde dekking is uitgesloten en dat hiervan sprake is. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
De rechtbank verwerpt deze verweren. Artikel 136 WvSr Pro. dient aldus te worden geïnterpreteerd dat de dader kennis moet dragen van een voornemen tot het plegen van een van de genoemde misdrijven in die zin dat hij ervan vernomen heeft en het niet voor volstrekt ongeloofwaardig houdt. De rechtbank stelt vast dat [naam dader 2]zich meermalen binnen een kort tijdsbestek tegen verdachte zeer concreet heeft uitgelaten over het doden van [naam 1]. Zo werd verdachte gevraagd en heeft zij zich bereid verklaard een pil in de kamer van [naam 1] te leggen zodat het erop zou lijken dat [naam 1] zelf een overdosis had ingenomen als zij door anderen door het toedienen van een overdosis om het leven zou worden gebracht.