ECLI:NL:GHARL:2013:BZ0262
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- C.M. Ettema
- R.F.C. Spek
- M.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over BPM-heffing en proceskostenvergoeding bij gebruikte auto-import
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, deed aangifte BPM voor een gebruikte auto die in Duitsland was gekocht. De Belastingdienst weigerde aanvankelijk de aangifte en stelde een hogere BPM vast op basis van een afschrijvingstabel. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de BPM-heffing en vorderde vergoeding van werkelijke proceskosten. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van de Inspecteur, en kende een BPM-vermindering toe tot €133 en een proceskostenvergoeding van €1.720,50.
In hoger beroep is de hoogte van de BPM niet meer in geschil; partijen zijn het eens over een vermindering tot €855. Het geschil betreft de toekenning van een bovenforfaitaire proceskostenvergoeding voor de bezwaar-, beroeps- en hogerberoepsfase. Belanghebbende stelt dat zij op basis van een mondelinge “no cure no pay” overeenkomst recht heeft op vergoeding van werkelijke kosten, terwijl de Inspecteur volhoudt dat alleen de forfaitaire vergoeding van toepassing is.
Het hof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een bovenforfaitaire vergoeding en dat de verklaringen van de gemachtigde tegenstrijdig zijn. Er is geen grond voor een bovenforfaitaire vergoeding. De forfaitaire vergoeding wordt vastgesteld conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard en het hoger beroep van belanghebbende ongegrond. De proceskosten van het hoger beroep worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hof vermindert de BPM tot €855 en wijst een forfaitaire proceskostenvergoeding toe zonder bovenforfaitaire vergoeding.