ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8365
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.E. Mollema
- A.M. Koene
- R.A. Zuidema
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst tussen promotiestudenten en Rijksuniversiteit Groningen
ABVAKABO en dertien promotiestudenten/bursalen stelden dat zij op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam waren bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Het hof stelde vast dat de promotiestudenten wetenschappelijk onderzoek verrichten dat resulteert in een proefschrift, en dat zij daarvoor een beurs ontvangen die als loon kan worden beschouwd. Hierdoor geldt het wettelijk vermoeden van art. 7:610a BW dat er een arbeidsovereenkomst bestaat.
RUG voerde aan dat de overeenkomst primair een opleidingsovereenkomst is, waarbij het opleidingsaspect centraal staat en er geen gezagsverhouding bestaat. Het hof oordeelde dat de promotiestudenten wel arbeid verrichten en loon ontvangen, maar dat de feitelijke omstandigheden en de partijbedoeling wijzen op een opleidingsovereenkomst zonder de kenmerkende gezagsverhouding van een arbeidsovereenkomst.
ABVAKABO c.s. mochten geen verdere bewijslevering doen omdat zij onvoldoende concrete feiten hadden gesteld die het bestaan van een arbeidsovereenkomst aannemelijk maken. Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en wees de vorderingen van ABVAKABO c.s. af, waarbij zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen af en oordeelt dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat tussen promotiestudenten/bursalen en de Rijksuniversiteit Groningen.