ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8583
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.J.H. van Suilen
- B.F.A. van Huijgevoort
- G.W.J.M. Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid pensioenlast in vennootschapsbelasting 2006
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, bracht een pensioenlast van €711.613 ten laste van de winst over 2006. De Inspecteur stelde dat deze last een onttrekking was en niet aftrekbaar volgens de Wet inkomstenbelasting. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel.
Het Hof stelde vast dat de oude pensioenverplichting aan de heer I was overgedragen aan dochtermaatschappij J BV, die deze verplichting zelfstandig draagt. De dotatie van €711.613 in 2006 was een extra, vrijwillige pensioendotatie die de reële waarde van de aanspraak verhoogde, wat neerkomt op een bevoordeling van de aandeelhouder. Zowel E BV als de heer I waren zich hiervan bewust.
Daarom kwalificeerde het Hof deze pensioenlast als een niet-aftrekbare onttrekking. Het subsidiaire standpunt van de Inspecteur over de toepassing van de Wet IB behoefde geen behandeling meer. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de pensioenlast van €711.613 wordt niet ten laste van de winst gebracht.