ECLI:NL:GHARL:2013:CA0396
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verkrijgende verjaring door bezitter te goeder trouw van strook grond tussen gebruiks- en kadastrale grens
In deze civiele zaak ging het om de eigendom van een strook grond in de vorm van een langgerekte driehoek tussen de gebruiksgrens (een greppel of sloot) en de kadastrale grens van aangrenzende percelen van partijen. Appellanten vorderden dat zij eigenaar zouden zijn van deze strook en dat geïntimeerden de grond zouden ontruimen. Geïntimeerden stelden dat zij als bezitters te goeder trouw door ongestoord bezit gedurende meer dan tien jaar eigenaar waren geworden op grond van verkrijgende verjaring.
De rechtbank wees de vorderingen van appellanten af en stelde de eigendom vast bij geïntimeerden. Het hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Het hof oordeelde dat artikel 3:23 BW Pro, dat goede trouw bij verkrijging van registergoederen regelt, niet van toepassing was op kadastrale kaarten omdat deze niet rechtstreeks tot de openbare registers behoren. Verder was er geen aanwijzing dat geïntimeerden reden hadden om aan de erfgrens te twijfelen, mede doordat er al een afrastering langs de greppel stond bij verkrijging.
Ook werd geoordeeld dat het gebruik van de strook grond door geïntimeerden en het in gebruik verstrekken aan een derde als bezitsdaden konden worden aangemerkt. De stellingen van appellanten dat het bezit onderbroken zou zijn, werden verworpen. Het hof verwierp de grieven van appellanten en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat geïntimeerden eigenaar zijn van de strook grond en wijst de vorderingen van appellanten af.