ECLI:NL:GHARL:2013:CA1810
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en boete
Belanghebbende, een vennootschap actief in vastgoed en financiering, heeft voor de jaren 2007 en 2008 de vereiste aangiften vennootschapsbelasting niet ingediend. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op, die na bezwaar werden verminderd, maar nog steeds hoger waren dan door belanghebbende opgegeven bedragen. Belanghebbende stelde dat de aanslagen te hoog waren en dat aftrek van huisvestingskosten en rentelasten terecht moest worden toegestaan.
Het hof oordeelde dat door het niet indienen van de vereiste aangiften de bewijslast omkeerde en verzwaarde, waardoor belanghebbende overtuigend moest aantonen dat de aanslagen onjuist waren. De door belanghebbende overgelegde rapporten en facturen boden onvoldoende bewijs dat de opgevoerde huisvestingskosten en rentelasten daadwerkelijk kosten van haar waren. De facturen waren niet op naam gesteld en konden ook betrekking hebben op de huurder.
De Inspecteur had een redelijke schatting gemaakt door de aanslagen te baseren op de jaarrekeningen, waarbij de onduidelijke posten niet werden geaccepteerd. Ook de verzuimboete voor 2008 werd door het hof terecht gehandhaafd, omdat belanghebbende voor het derde jaar op rij in verzuim was met het doen van aangifte. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarbij de navorderingsaanslagen en boete in stand blijven.