ECLI:NL:GHARN:2012:BV6157
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- B.F.A. van Huijgevoort
- C.M. Ettema
- M.J. Peters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing afwaardering oninbare debiteuren in vennootschapsbelasting 2006
Belanghebbende, die sinds 1 januari 2005 deel uitmaakt van een fiscale eenheid, diende voor 2006 geen aangifte vennootschapsbelasting in. De Inspecteur legde daarom een ambtshalve aanslag op met een belastbaar bedrag van € 90.000, een verzuimboete en heffingsrente. Tijdens bezwaar en beroep stelde belanghebbende dat een afwaardering van € 177.374 wegens oninbare debiteuren terecht was.
De rechtbank oordeelde dat wegens het niet doen van de vereiste aangifte de bewijslast werd verzwaard en belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vorderingen oninbaar waren. Het hof bevestigt dit oordeel. Belanghebbende heeft niet overtuigend aangetoond dat de afwaardering terecht was, onder meer omdat creditnota’s pas in 2008 zijn uitgereikt, redenen summier zijn en geen incassomaatregelen zijn getroffen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De verzuimboete en heffingsrente blijven gehandhaafd omdat belanghebbende hiertegen geen zelfstandige gronden heeft aangevoerd. Beide partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 2006 blijft gehandhaafd.