HSK B.V. werd bij verstek failliet verklaard door de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, op verzoek van een schuldeiser. HSK stelde dat de oproeping onrechtmatig was en dat zij niet in staat van faillissement verkeerde. Het hof oordeelde dat de oproeping rechtsgeldig was, conform het procesreglement, en dat HSK tijdig in verzet was gekomen.
De financiële situatie van HSK werd ex nunc beoordeeld. Uit de stukken bleek dat HSK meerdere schuldeisers onbetaald liet, waaronder een forse belastingschuld van ruim een miljoen euro en handelscrediteuren met een schuld van ten minste € 500.000. Ondanks de stelling van HSK dat derden de tekorten zouden aanzuiveren, was dit onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt dat voldoende middelen beschikbaar waren.
Het hof concludeerde dat HSK in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Het beroep van HSK tegen het faillissementsvonnis werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover het gericht was tegen het vonnis van 2 september 2014 en afgewezen voor het vonnis van 11 september 2014. HSK werd veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.