Uitspraak
[verdachte],
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging
NJ2008, 358, een schending van de redelijke termijn niet tot niet-ontvankelijkheid kan leiden, zelfs niet in uitzonderlijke gevallen. De officier van justitie concludeert dat hij ontvankelijk is in de vervolging dat verdachte wordt veroordeeld.
Het juridisch kader:
op dat momentgeen aanleiding ziet voor aanpassing van de in het arrest van 17 juni 2008 verfijnde en aangescherpte vuistregels betreffende overschrijding van de redelijke termijn. Hiermee wil gezegd zijn dat in de toekomst mogelijk wel aanleiding zal bestaan tot aanpassing van die eerder gegeven vuistregels.