Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, actief in de distributie en bezorging van dagbladen en folders, had voor 2013 een VAR aangevraagd waarin de voordelen uit zijn werkzaamheden als resultaat uit overige werkzaamheden werden aangemerkt. Hij stelde dat zijn activiteiten als winst uit onderneming moesten worden gekwalificeerd, mede vanwege zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel, ondernemersrisico's en facturering met omzetbelasting.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarna hij hoger beroep instelde. Het hof heeft de feiten en omstandigheden beoordeeld aan de hand van de criteria voor ondernemerschap uit de Wet inkomstenbelasting 2001 en jurisprudentie. Hoewel enkele factoren zoals meerdere opdrachtgevers en omvang van werkzaamheden wijzen op ondernemerschap, wegen andere factoren zoals het ontbreken van ondernemersrisico en het spraakgebruik zwaarder.
Het hof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een onderneming drijft. Zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het ondernemersbegrip voor de omzetbelasting zijn niet doorslaggevend. Ook het vertrouwensbeginsel faalt omdat eerdere procedures en jurisprudentie een andere kwalificatie bevestigen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak dat de voordelen uit de werkzaamheden als resultaat uit overige werkzaamheden moeten worden aangemerkt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kwalificatie als resultaat uit overige werkzaamheden bevestigd.